Achter de voordeur bij Agnes!

Het eerste wat opvalt als je bij Agnes binnenkomt zijn de bloemen. Haar woonkamer is een zee van kunstbloemen. “Ik houd niet van lege plekken”, lacht ze. “Toch, Ries..?” Richard is vrijwilliger en maatje van Agnes.

Richard is haar maatje. Vorig jaar om deze tijd kwam hij voor het eerst bij haar langs. Met een zak oliebollen. Verfrissende lach: “Daar bleek ze helemaal niet van te houden.” Agnes trekt haar neus op. Nee, oliebollen zijn niet aan haar besteed, het gezelschap van Richard des te meer. De klik is goed. Richard begrijpt waar Agnes behoefte aan heeft, rustig een beetje praten, een-op-een, over de dingen des levens. Beiden zijn op jonge leeftijd hun moeder verloren. Ook dat geeft een band. Het maatjeskoppel is een keer naar het tuincentrum in Osdorp geweest om plantjes te kopen voor het balkon. Ze lopen zo nu en dan samen naar de Jumbo voor de boodschappen. Agnes achter de rollator, die Richard voor haar heeft geregeld. Daadkrachtige stem: “Ik liep zo’n winkel binnen en zei: ik heb een vriendin die slecht loopt. Hoe werkt het hier?”

Aandacht

Richard is een aanpakker. Hij komt oorspronkelijk uit Rotterdam en woont sinds twee jaar in Amsterdam. Hij wilde vrijwilligerswerk gaan doen en kwam online de Regenboog tegen. “Doe wat voor je stad las ik. Dat sprak me erg aan. Dus meldde ik me aan. Ik kreeg een cursus bij de Vrijwilligersacademie, trouwens erg goed, en nu zit ik hier, naast mijn lieve Agnes. We zien elkaar eens in de twee weken. Dan blijf ik zo’n vier uurtjes. Een beetje kletsen. ‘Hoe is het met Agnes?’ vragen mijn vrienden als ik weer ben geweest.”

“O ja?” Het vleit Agnes zichtbaar.

Richard heeft jarenlang in de damesmode gewerkt. Zijn clientèle bestond uit dames die helemaal geen kleding nodig hadden. “Ik verkocht aandacht.”

Op precies die aandacht, is Agnes zo gesteld. De thuiszorg komt ook wekelijks langs. Agnes: “Schatten van meisjes hoor, maar ze kijken de hele tijd op hun horloge. Soms wil ik met ze praten, maar dan zeggen ze: ‘sorry, daar zijn wij niet voor’. Alsof je psyche niet bij je lichaam hoort.”

“Mij moet ze er daarentegen regelmatig uitgooien”, knipoogt Richard. “Dan gaat ze demonstratief zitten geeuwen. Nee hoor, meid.”

- het interview gaat verder onder deze lieve foto -

Richard (41) is vrijwilliger bij De Regenboog Groep. Een man met hart voor de stad. Elke twee weken staat hij op de stoep bij Agnes Pot (68), een rasechte Amsterdamse met een lichte en donkere kant. Ze verheugt zich elke keer op zijn komst.

Paviljoen 3

Agnes verloor haar vader toen ze vijftien was, haar moeder volgde een paar jaar later. Toen haar zus borstkanker kreeg en overleed, stortte ze in. Jong in de twintig is ze opgenomen in Paviljoen 3, de psychiatrieafdeling van het Wilhelmina Gasthuis. Destijds een begrip in de stad, weet Agnes. “Vroeger zeiden ze als iemand niet helemaal lekker bij zijn hoofd was: ‘Ga jij maar naar paviljoen 3’. Iedereen wist wat daarmee bedoeld werd, ga maar naar het gekkenhuis. Gelukkig kende ik die uitdrukking toen nog niet. Ik heb er juist heel veel steun gehad. Ik heb er geleerd dat het verdriet eruit mag. Je innerlijk naar buiten brengen. Dat helpt goed.”

Helaas zou het verdriet haar nog lang blijven achtervolgen. Na haar zus verloor ze haar twee broers aan kanker, terwijl haar jongere zusje werd opgenomen met een psychische aandoening. Het verdriet nestelde zich in haar lijf. Agnes kan haast niet lopen en heeft ernstige darmklachten. De artsen wisten het op een gegeven moment ook niet meer en stuurden haar naar de afdeling Onverklaarbare Ziekten. Tot overmaat van ramp brak ze haar pols. “Ik kwam thuis en kreeg een hele grote huilbui. Langzaam maar zeker zei mijn incasseringsvermogen: het is klaar. Ik werd angstig. Dat ben ik zo nu en dan nog steeds. Nog altijd heb ik een zwarte kant. Toch Ries..?”

Richard knikt. “Toen ik net binnenkwam, was je nog een beetje wiebelig.”

“Mijn goede oude maat,” zucht Agnes en kijkt Richard aan. “Het is nu maandag, maar zaterdag verheugde ik me al op je komst. Ik slik ook medicijnen tegen mijn depressies, maar ik blijf een kwetsbaar iemand op dat vlak. Dus ik ben altijd dolblij met je bezoek. Daar kikker ik altijd zo van op.”

Agnes heeft eerder een vrijwilliger gehad via de Regenboog. “Een prima dame, maar de klik was een stuk minder. Ze wilde altijd maar naar een terrasje. Vreselijk: een terrasje! Ik hoef ook niet naar een buurtrestaurant. Al die mensen. Ik ben het liefste thuis!”

Lichte kant

Het huis van Agnes is bijzonder. Overal staan spullen; beeldjes, kaarten, vazen en heel veel bloemen, een zee van kunstbloemen. “Ik houd niet van lege plekken in huis. Het is psychologie van de koude grond hoor, maar ik denk dat het iets met veiligheid te maken heeft.”

Richard: “Je spullen omarmen je. En misschien werkt het ook wel therapeutisch voor je. Dat je lekker bezig bent.”

Agnes: “O, zeker. Als ik één ding heb geleerd van mijn depressies is dat je dingen moet DOEN, al is het maar een afwasje. Ik ben altijd met mijn spulletjes bezig. Die horen bij mijn lichte kant. Want die is er ook hoor! Ik heb zowel een donkere als lichte kant.”

Plotseling veert ze op. “O ja Ries, dat heb ik jou nog helemaal niet verteld, maar ik heb me aangemeld voor de lichtjestour van de Zonnebloem. Je mag mee hoor.”

Richard, bijna jaloers: “Wie gaat er anders mee?”

 

Ons Werk: 'Beginnen achter de voordeur'

Marleen Botman is coördinator Informele Zorg bij De Regenboog Groep. Ze koppelt vrijwilligers zoals Richard aan mensen zoals Agnes. Ze ziet veel eenzaamheid in de stad.

Voor die groep mensen wordt van alles georganiseerd in de wijken, maar juist aan het huiselijke is behoefte, stelt ze. “Mensen die via ons een maatje krijgen, zijn vaak lang alleen geweest. Ze zijn stil en teruggetrokken. Het gaat om mensen met een ggz-achtergrond. Mensen die van alle kanten hulp krijgen aangeboden, vaak zelfs een speciale stoel in huis hebben staan, bedoeld voor het wekelijkse bezoek van de hulpverlener, maar zelf nauwelijks hun huis uit komen en alleen maar op de bank zitten. De kuil in de bank is vaak zichtbaar.

Voor deze groep mensen kun je wel van alles buitenshuis organiseren, maar wij beginnen liever achter de voordeur. Onze vrijwilligers gaan bij mensen thuis op bezoek en van daaruit bouwen we verder. Soms wordt ook helemaal niets speciaals gedaan en is ‘er zijn’ voldoende. Samen tv kijken. Juist aan dit soort dingen – het huiselijke – is vaak veel behoefte.”

 

Wil je ook Aardige Amsterdammer worden voor een Amsterdammer die wel een maatje kan gebruiken? Kijk eens op deze pagina!

 

Tekst Nicolline van der Spek / Fotografie Merlijn Michon
 

 

What can you do?

We need your help, become a volunteer! You can help by investing your time and energy, by working with citizens of Amsterdam with unusual stories. Or become a donor! Your money will be well spent on care for homeless people, aid for (former) addicts and people living in poverty or social isolation. You are always welcome to drop by and see how your money is spent. Or why not buy one of the products from our online Gift Shop? A present for someone you know, perhaps. It's all contributing towards a better society. And that's great, isn't it?

 

Voluntary work in Amsterdam

 

Become a donor