de voordeur van dakloze August

De bladeren zijn mijn huis

Voordeuren heb je in allerlei soorten. De ene voordeur is gebarricadeerd met extra sloten, de andere voordeur gaat open met een sleutel die onder een plant naast de deur 'verstopt' ligt. Deze keer de ‘voordeur’ van August (67). Nou ja, voordeur… hij slaapt al jaren buiten. Zonder te klagen trouwens.

“Buiten slapen vind ik helemaal geen probleem. De eerste keer is een beetje vreemd natuurlijk. Ik weet het nog goed. Ik had een mooi plekje gevonden onder de brug bij de Haarlemmerweg. Daar heb je zo’n viaduct met pilaren. Op de rand van het viaduct stond gekalkt: ‘Yvonne, ik houd van jou!’ Dat vond ik zó leuk. Ik dacht: hier ga ik slapen. De pilaren waren beplakt met posters. Hele dikke lagen posters. Die scheurde ik eraf en gebruikte ik als deken. Inmiddels heb ik wel gewoon een slaapzak hoor en een matje. Een vaste plek heb ik niet. Van tijd tot tijd moet je verkassen door die rare handhavers. Die zijn erger dan de politie. De politie laat je rustig verder slapen, maar handhavers lopen de hele dag bij wijze van spreken met een verrekijker te turen of ze nog ergens een dakloze zien snurken.

In de zomer zien ze je gelukkig minder snel. Dan heb je een groot bladerdek. Nu slaap ik bijvoorbeeld al drie maanden onder de snelweg in de buurt van de Veste. Om er te komen moet je helemaal naar boven klimmen door allemaal struiken. Ik zie de handhavers dat niet zo snel doen. Dan moeten ze eerst handschoenen aantrekken tegen de doorns.

Het gebeurt wel eens dat mijn plekje door andere zwervers in beslag genomen is. Ik maak dan geen ruzie. Waarom zou ik? De meeste daklozen hebben zware gedachten. Ik niet. Ik val onder de ‘flierefluiters’: mensen die het leven buiten zien als een groot avontuur. Mijn drijfveer is dat ik graag mijmer. Dan zit ik aan het water en word ik verrast door mijn eigen gedachten. Verder lees ik graag. Ik koop boeken bij de Kringloop voor minder dan een euro. Het enige probleem is: de ratten zijn ook gek op mijn boeken. Ze knabbelen eraan. Ik praat dan met ze, maar luisteren doen ze niet. [lacht].

Mijn droom is om nog deze winter naar Spanje te gaan. Ik heb daar mooie verhalen over gehoord. Maar als het niet lukt, hoor je me niet klagen. Mijn leven staat in de schaduw van het leven van mijn ouders. Mijn moeder heeft in een jappenkamp gezeten en mijn vader heeft aan de beruchte spoorlijn gewerkt. Hij werd elke dag geslagen. Nou, als ik dan ga klagen, heb ik echt een kronkel in mijn hoofd. Ik woon prima buiten. Ik heb dan wel geen voordeur, de bladeren zijn mijn huis.”

 

Foto: Merlijn Michon,

August is een pseudoniem.

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten