De Stevige Stelling van Iris Hond: "Je thuis voelen is mensen toelaten"

De hoeveelheid dak- en thuislozen blijft maar groeien. Onze steunpunten nieuwe daklozen en Onder de Pannen draaien overuren en onze inloophuizen verwarmen dagelijks velen. Iris Hond vertelde vorig jaar in ons blad Meeleven over haar dakloosheid: "Ik heb me lange tijd nergens thuis gevoeld." Maar wat is 'thuis' dan?

 

 

Op haar veertiende is Iris Hond een paar maanden dakloos geweest. Die periode had een enorme impact: "Ik heb dit jaar een huis gekocht. Mijn eigen huis! Maar al heb ik een huis, ik moet mezelf nog elke dag vertellen dat ik veilig ben. Ik heb me lange tijd nergens thuis gevoeld en ben vaak verhuisd. Uit onrust. Alles wat veilig was duwde ik weg, want juist alles wat onveilig was – het leven op straat – was voor mij veilig. Ik liet daarom niemand toe in mijn leven. Dat vond ik doodeng. Pas nu – op mijn 31ste – begin ik dat te doen, mensen toelaten, en ervaar ik hoe mooi dat is. Ik ben er ook heel veel over aan het lezen. Juist omdat ik andere mensen wil helpen. Er zijn zoveel mensen die zich thuisloos voelen. Verbinding maken is belangrijk, inclusief verbinding maken met jezelf. Maar dat is voor veel mensen moeilijk, ook voor mijzelf. Het gevoel dat ik alles mag loslaten en niet hoef te overleven, is nog heel nieuw voor mij.

 

'De daklozen hebben me opgevangen'

 

Ik wil mijn verhaal niet groter maken dan het is. Het is niet zo dat ik járen op straat heb geleefd, maar die periode is wel van onschatbare waarde geweest. Dat realiseer ik me de laatste tijd pas. Dakloos zijn doet innerlijk heel veel met een mens. Het gevoel van onveiligheid raak je niet zomaar kwijt. Op mijn veertiende, toen ik in Den Haag bij een pleeggezin woonde om het conservatorium te kunnen doen, ben ik misbruikt. Ik ben weggelopen en ben door de stad gaan zwerven, omdat ik het mijn ouders niet durfde te vertellen. Op een dag kwam er een jongen naar me toe. Hij was dakloos en vroeg of ik geld had. Ik zei: ‘man, ik heb zelf niet eens geld om te eten.’ Hij zei: ‘wacht, ik ben zo terug.’ Ik heb toen uren staan wachten en had alle hoop laten varen. Maar hij kwam terug! Met zo’n gescheurd kartonnen bekertje vol muntjes. Dat gaf hij allemaal aan mij, zodat ik eten kon kopen. De daklozen hebben mij echt opgevangen vroeger. Daarom speel ik ook nog graag voor ze.

 

Uit Meeleven 4 - 2018: Thuis /Tekst: Nicolline van der Spek / Fotografie: Nynne Allema /

 

 

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten