#MADTOO Roos Schlikker

Het echte leven: Mijn moeder had een bipolaire stoornis

ADD, borderline of een depressie... We kennen de labels allemaal wel. Maar hoe ziet het leven met psychische klachten er nou in werkelijkheid uit?

Wat mijn moeder het meest pijn deed, was het besef dat ze het niet kon. Gewoon normaal zijn. Ze heeft haar hele leven geprobeerd zich te conformeren. Als ze mensen levendig bellend op straat zag fietsen met kinderen en boodschappentassen, vroeg ze: ‘Hoe doen al die mensen dat toch? Leven.’ Ik kon haar dat niet uitleggen. 

“Mijn moeder kon ontzettend met zichzelf bezig zijn. Het was geen moeder die thuis met de thee wachtte. Ze kon rustig zeggen: ‘Hier heb je een kuip Becel. Ga maar wat kleien.’ Hierdoor heb ik op jonge leeftijd al een hoge mate van zelfstandigheid ontwikkeld. Vanaf de puberteit fungeerde ik als haar vertrouwenspersoon. Voordat ik geboren werd, werkte ze als verpleegkundige. Dat was niet van lange duur: ze was totaal niet stressbestendig. Ze heeft het nog een tijdje geprobeerd in de wijkverpleging, maar ze kon niet uit de voeten met al die straten. Mijn vader ging dan heel goeiig mee om haar de weg te wijzen. Haar hoofd was zo druk bezig met overleven dat ze alledaagse dingen zoals: ‘Waar zijn mijn sleutels’ vergat. De laatste jaren zat mijn moeder in haar witte periode. Ze had iets van een witte vlinder: heel mager en esoterisch. In haar huisje was alles blauw. Mijn vriendin en ik noemden het de smurfengrot.

Mijn moeder kreeg haar diagnose op haar 62e, zeven jaar geleden. Mijn oma had het ook. Toen heette het nog manisch depressief. Mijn oma is ook opgenomen. Complete One Flew Over the Cuckoo’s Nest praktijken met elektroshocks aan toe. Mijn moeder heeft altijd gedacht dat ze niet op haar moeder leek. ‘Ik heb het niet!  Riep ze dan. Naarmate ze ouder werd, nam haar zwaarmoedige kant de overhand. Tien stevige depressies per jaar. Soms duurde dat maanden, soms een week. Als mijn moeder depressief was, sliep ze niet. Dan lag ze de hele nacht in bed te wachten totdat ze de trams weer hoorde.

Mijn vader is geboren met de zon in zijn kop. Wat dat betreft ben ik echt een dochter van mijn vader. Tegelijkertijd heb ik een enorm zwak voor mensen die buiten de lijntjes denken. Die gekke vrouwenlijn loopt óók door mij: mijn creativiteit, het grenzeloos denken en associatievermogen heb ik daarvandaan. Ik probeer dat deel in mij niet af te remmen. Het zijn eigenschappen om te koesteren.

Vroeger raakte ik geïrriteerd als ik zo’n mompelende man bij de Albert Heijn tegen kwam. Dan dacht ik: ‘Sodemieter op. Koop een pak vla en ga weg.’ Totdat ik op een gegeven moment mijn moeder voor De Albert Heijn zag staan. Ze stond voorover gebogen bij haar fiets in zichzelf te mompelen. ‘Sleutels. Niet vergeten. Portemonnee. Niet vergeten. Ik heb melk nodig. Ik heb melk nodig.’ Mijn moeder was een mompelende vrouw geworden. Zo eentje waar ik meestal met een grote boog omheen liep. Als ik nu mensen op straat tegenkom die verward of verwilderd ogen, vraag ik of ik iets voor ze kan doen. Niet omdat ik nobel ben, maar omdat ik me realiseer hoe dichtbij het is. Het is arrogant om ervan uit te gaan dat je kop je altijd blijft gehoorzamen. Het is een heel dun lijntje.

Zes maanden geleden ging ze dood. Mijn vader en ik missen haar nog elke dag. Dat gekke wijf.” 

Roos Schlikker is auteur en columnist. Bekijk hier haar werk.

Benieuwd naar meer verhalen? Verbreed dan je horizon en word vrijwilliger van De Regenboog Groep!

Tekst: Evelyn de Roos | Fotografie: RS

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten