"Ik mocht het laatste stukje met hem meelopen"

We horen vaak van vrijwilligers hoe het vrijwilligerswerk bij De Regenboog Groep hun leven verdiept en verrijkt. Of je nu bij een van onze inloophuizen meehelpt of maatje bent van iemand die dit goed kan gebruiken, een ding is zeker; je leven krijgt er veel verhalen bij! Zoals dit verhaal, van Corine Wessel. Na 22 jaar denkt ze nog altijd terug aan haar tijd als buddy van aidspatiënt Rob. “Dit was het leven in zijn meest rauwe vorm.”

Zesentwintig jaar is ze, als Corine Wessel op een oproep van De Regenboog Groep reageert waarin buddy's worden gezocht voor aidspatienten. Zes weken training later wordt ze buddy van Rob. Een ervaring die haar tot op de dag van vandaag bij blijft. “Het was een avontuur. Ik was er voor hem, maar ik heb er zelf ook heel veel uitgehaald.”

Een bijzondere match

“Rob was begin 40, ik 26. Hij was verslaafd, ik dronk nog niet eens een biertje. Hij was sterk, trots, een bijter die alles voor elkaar kreeg en die ondanks alles wat hij meemaakte nooit zielig ging zitten doen. Hij rondde nog een opleiding af toen hij al ziek was en ging jongeren voorlichting geven over druggebruik. In sommige opzichten was hij een echte junk, maar vooral: een mooi mens.”

Taboe

“Rond aids hing in de jaren 90 een groot taboe. Veel mensen waren bang voor de ziekte, en dat zorgde ervoor dat patiënten in een isolement raakten. Rob merkte bijvoorbeeld dat mensen hem niet wilden aanraken. Ik nam altijd een zakdoek mee om de spruw uit zijn mondhoeken weg te vegen. Dat vond ik ook wel vies, maar daar heb ik me overheen gezet. Als ik zelf zo ziek zou zijn, zou ik het heel fijn vinden als iemand lief voor me was.”

Achter elke verslaving een verhaal

“Ik zocht Rob vier jaar lang elke week op en dan gingen we samen op pad. Ik ben op de meest idiote plekken geweest met hem. We zwabberden op de fiets over de Wallen, en onderweg wees hij me aan waar de drugshuizen zaten. Alle moord- en brandcafés van Amsterdam heb ik gezien. Zat ik daar, totaal bleu, tussen de penoze. Soms zat hij te basen waar ik bij was en viel hij steeds weg. Heel surrealistisch allemaal. Om hem heen gingen ook steeds mensen dood. Lieve mensen, die het vaak niet redden in de maatschappij doordat ze zo gevoelig waren. Natuurlijk kregen ze iets hards over zich heen doordat ze overal uitgekotst werden, maar zij hebben me laten zien dat achter een verslaving altijd een verhaal zit.”

'Dat scheelde niet veel'

“Rob wist natuurlijk wat hem te wachten stond, maar daar spraken we weinig over. Ik heb hem langzaam zien aftakelen. Hij werd heel mager, kwam een aantal keer in het ziekenhuis terecht, en op een dag kreeg hij een hartstilstand terwijl ik naast hem zat. Zijn gezicht verkrampte. Toen ontspande hij en werd helemaal wit. Vlak daarna deed hij zijn ogen open en zei: ‘Zo, dat scheelde niet veel’.”

Afscheid

“Ik had als buddy meer op afstand kunnen blijven, maar zo zit ik niet in elkaar. En ik denk dat het daardoor ook zo’n bijzondere ervaring is geworden. Op zijn laatste dag ben ik nog naar hem toegegaan om afscheid te nemen en toen hebben we elkaars handen gepakt. Buddy zijn van Rob was een van de bijzonderste dingen die ik in mijn leven gedaan heb. Toen ik laatst op mijn werk over een mooie herinnering moest vertellen, kwam ik hier weer op uit. Ik mocht het laatste stukje met hem meelopen. Dit was het leven in zijn meest rauwe vorm. Als me iets tegen zit of niet lukt, denk ik, na al die jaren, nog steeds aan Rob.”

Tekst: Brechtje Keulen | fotografie Merlijn Michon

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten