Kom maar op met je vuile was!

Colors is de wasserette van de Regenboog. De machines draaien er fulltime. Fijn, wit en bont. Maar wie draaien er eigenlijk aan de knoppen? 

Waar eerst de kaarsenmakerij zat van de Regenboog, zit nu een wasserette, pal naast inloophuis Oud-
West op de Bilderdijkstraat. Dat merk je meteen bij binnenkomst, het ruikt er niet langer naar paraffine  maar naar waspoeder. De mensen van de kaarsen zijn deels gebleven. Saskia (37) bijvoorbeeld, die vijf
jaar geleden is begonnen op de Bilderdijkstraat. “Ik ben gewoon naar binnen gelopen en heb gevraagd
wat hier precies gebeurt. Ik had zin om iets te doen. Werkzaamheden verrichten, dat wou ik graag. Ik ben
toen kaarsen gaan maken. Maar nu draai ik wasjes. Dat vind ik ook heel leuk. Ik begrijp ook heel goed
hoe het is om schone kleren nodig te hebben als dakloze, want ik ben zelf dakloos geweest. Alweer
een tijdje terug hoor. In mijn puberjaren, toen ik zestien was. Ik kon niet naar mijn ouders, want ik
had een beetje mot met ze. Daarom wilde ik juist weg. Ja, en toen stond ik op straat.”

Kijk nou!

Saskia is even afgeleid wanneer er een rode kater komt binnenlopen. “Kijk nou, die poes!” Met grote ogen volgt ze hem naar buiten. Dan gaat ze verder met haar levensverhaal. “Het was best een enge ervaring om dakloos te zijn. Maar ik heb goede hulp gehad, ook van de Regenboog. Anders was het misschien wel anders met me afgelopen.

Waar ik sliep? Gewoon buiten. In het Vondelpark en het Westerpark. Maar het was ook best leuk hoor om dakloos te zijn, want ik was ook vrij, weet je.” Ondertussen komt de middagploeg binnen. Een stevige man, die wel tot drie keer “sorry” zegt, omdat hij er langs wil. Hij loopt linea recta naar de keuken om wat te eten. “Die broodjes, moeten die eigenlijk nog in de oven?”

Daarna gaan de mouwen omhoog en volgt de was: de witte, de bonte, de fijne. De was is afkomstig van Regenbogers. Mensen met of zonder dak boven hun hoofd.

 

Zuinig

“Of je nu wel of geen huis hebt, iedereen hecht belang aan zijn kleding”, zegt Iris de Lau. Ze is  werkbegeleider bij Colors. “Kleding maakt de man! Kijk naar jezelf. We hebben allemaal wel een favoriete trui of broek. En daar ben je zuinig op. Als dakloze kun je op veel plekken in Amsterdam kleding ruilen. Je levert je broek in en krijgt een schone broek terug. Maar het is niet jouw broek, het is de broek van iemand anders. Dat is niet goed voor je eigenwaarde, vind ik. Aan je kleding kun je gehecht raken. Je ontleent er deels je identiteit aan. Jóuw broek is jóuw broek. Die wil je houden, niet ruilen. Maar wel wassen! En dat kan bij ons. Maar we wassen ook voor de andere Regenbogers. Iedereen die bij ons staat ingeschreven, kan hier terecht met zijn vuile was. Daarnaast wassen we voor de inloophuizen en de Nachtopvang in Zelfbeheer. Tijdens de pandemie hebben we ook de was gedaan van de noodopvang en in de toekomst hopen we kleine opdrachten te krijgen van sociale firma’s en andere externe partijen. Zodra er tijd voor is, gaan we proefdraaien met een kleine wasopdracht, namelijk de kokskostuums van een hotel.”

Tikkende trommels

Alex (49) komt van de wagen, de vrachtwagen, zijn oude job. Daarna heeft hij nog een poos op de vuilniswagen gereden. “Ik ben daar weggegaan omdat er mensen onder invloed waren. De beladers. Die hadden kennelijk middelen nodig om de dag door te komen. Ik heb het nog wel aangekaart, maar mijn baas haalde zijn schouders erover op. Hij kon geen ander personeel vinden, maar ik ging die  verantwoordelijkheid niet nemen en nam ontslag. Geen uitkering. Tja. Maar ik wilde niet tegen mijn principes in werken. En toen raakte ik ook nog mijn huis kwijt.” Alex woont weer bij zijn moeder. En sinds drie maanden staat hij hier, achter de tikkende trommels van Colors. “Ik had helemaal geen verstand van wassen, maar door fouten te maken leer je.” Grote grijns: “Ik heb bijvoorbeeld geleerd dat je sommige dingen niet te heet moet wassen.” Iris laat ter illustratie een wollen trui zien, een tot kindertrui gekrompen herentrui, maat L. Ze moet lachen. “Ja, wol moet je niet laten schrikken. Je kunt het gerust heet wassen, maar spoel het niet te koud. Dan krimpt het.”

Eigen tempo

Terwijl Alex de was opvouwt, vertelt hij dat hij zich prima op zijn gemak voelt op de Bilderdijkstraat. “Het is een gezellige ploeg en ik kan lekker mijn eigen tempo draaien.” Het geluid van de machines hoort hij niet meer. “Het is hier juist lekker rustig.” Na een korte overpeinzing: “Maar ik wil wel weer terug de wagen op. Niet de vuilniswagen, maar de vrachtwagen. Ze hebben genoeg mensen nodig. Nee, ik solliciteer nog niet. Rustig aan. Dit vind ik precies goed, vier uurtjes op een dag wasjes draaien. Dan kan ik langzaam terug naar het arbeidsproces. Je moet wennen. Ik wil niet van niets naar ineens 40 uur per week. Ik wil het langzaam opbouwen. Ik zie dit als een tussenstap naar betaald werk. Ik kom er wel.”

In beweging

Daar is ook Iris van overtuigd. “De mensen die bij Colors werken, bloeien allemaal op. Ze voelen zich minder eenzaam en ze leren bij. Je hebt als je hier werkt toch het gevoel dat je meedraait in de maatschappij en dat kan soms een opstapje zijn naar betaald werk. Ieder mens wil zich gezien voelen. Dat gebeurt hier. Als werkbegeleider geeft het mij in ieder geval veel voldoening om bij te kunnen dragen aan de ontwikkeling van mensen. We zijn hier allemaal in beweging, want het werk staat nooit stil.”

 


Tekst: Nicolline van der Spek | Fotografie: Merlijn Michon | Art: Tim van Amerongen

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten