NIETS BIJZONDERS

Van jongs af aan lijdt Roel (68) aan depressies. Nog altijd waaien ze langs. Op die momenten zoekt hij dekking in zijn hoofd. Ook Teus (66) waait langs: zijn maatje van De Regenboog Groep. “Als Teus geweest is, ben ik weer wat op stoom.”

Op tafel ligt een boek van Karel van het Reve. “Gerards geleerde broer”, lacht Teus en bladert door het boek dat Roel op dit moment aan het lezen is. De generatiegenoten zijn ruim een jaar geleden aan elkaar gekoppeld door De Regenboog Groep. Ze praten samen graag over kunst, muziek en literatuur. “Weet je wat ik erg vind?” gooit Roel op. “Iedereen moet lachen om de boeken van Gerard Reve, omdat hij zo geestig schrijft, maar in wezen beschrijft hij een leven dat niet te harden is.”

Roel zelf is depressief. Soms. Maar hij is ook van de kunst, zijn hele huis hangt er vol mee. De werken zijn grotendeels zelf gemaakt: pentekeningen, foto’s, en voor het raam een buste. Roel heeft kunstacademie gedaan en dat is te zien. De kunst is van een hoog niveau. “Ja, ik kon niets”, downplayt Roel, “toen ben ik maar kunstacademie gaan doen.”

Roel: ‘Op het sociale vlak ben ik nooit sterk geweest.’

Hij komt uit een Drents domineesgezin, maar is naar eigen zeggen niet religieus opgevoed. “God kwam bij ons thuis niet over de drempel.” Wel heeft hij het gezin als onveilig ervaren. Als hij terug kijkt naar zijn jeugd, ziet hij een bangig, maar ook ambitieus jongetje. “Ik was niet zo goed in het meedoen aan het leven. Ik begreep het allemaal gewoon niet zo goed. Heb er nog altijd moeite mee. Op het sociale vlak ben ik nooit sterk geweest. Daarom heb ik misschien ook voor een beroep gekozen waarin je niets met anderen te maken hebt: kunstenaar. De beste ervaring had ik eigenlijk met etsen. Omdat je in een vernislaag tekent zie je niet goed wat je doet. Dan zijn er geen verwachtingen en heb je ook geen last van blokkades”

Roel, teus , de regenboog groep, buddy, maatje, psychiatrie,

Tijdens zijn depressies is het echt ploeteren en zweten, vertelt Roel en staart wat in de verte. “Dan verdraag ik het leven niet meer.” Die depressies duren een paar maanden. Dan belt hij Teus af: aan mij heb je niets hoor. Je hoeft niet te komen. Komt hij toch. Want zegt hij dan: ik verwacht helemaal niets terug, ik kom voor jou! “Ik vind het een formidabele prestatie van hem. Teus komt helemaal uit de Rivierenbuurt hier naartoe gefietst. In weer en wind hè.”

Teus: ‘Ik benader elk mens met een open blik.’

Het oog van Teus valt ondertussen op de puzzel die op tafel ligt, een legpuzzel met een afbeelding van Frida Kahlo. “Ik heb niets met Frida Kahlo”, zegt Roel, “maar je had wel gelijk. Een puzzel maakt je hoofd leeg.” “Goed te horen!”  Teus’ stem klinkt hard naast het gefluister van Roel, die door zijn COPD moeite heeft met praten. De heren verschillen als de maan en de zon. Roel is veel alleen, Teus begeeft zich liever onder de mensen. Bij de Regenboog heeft hij inmiddels zes mensen begeleid. “Of iemand nu lijdt aan depressies of niet, ik benader elk mens met een open blik. Zonder oordeel.”

Normaal stopt het contact na een jaar, maar de generatiegenoten blijven elkaar zien. “Ja, we zijn voor de verlenging gegaan”, zegt Teus. “Het kost me ook helemaal geen moeite. Roel geeft me veel terug. Laatst nog gaf hij me een tip over een singer-songwriter uit de jaren zestig: Nick Drake. Daar had ik nog nooit van gehoord.”

Andersom laadt Roel ook de batterij op. “Als Teus geweest is, ben ik weer wat op stoom gekomen. Verder niets bijzonders.” Spijker, hamer, kop. Zó hoort contact tussen twee mensen te zijn: niets bijzonders.

Tekst: Nicolline van der Spek I Fotografie: Merlijn Michon

Ook aan de slag als maatje voor iemand met psychische problemen? Word vrijwilliger.

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten