Onze inloophuizen. Vijf weetjes over de mensen die er komen.

Verspreid over Amsterdam heeft De Regenboog Groep acht inloophuizen. Dagelijks komen er ongeveer 500 mensen over de vloer. Deze bezoekers zijn veelal dak- of thuisloos en hebben om die reden met veel vooroordelen te maken. Wij maken je graag bekend met vijf boeiende weetjes over de mensen die onze inloophuizen bezoeken.

                            

Het gaat niet om niet willen.

Wanneer Bianca, Locatiehoofd van inloophuis Oud-West, wordt gevraagd hoe mensen dakloos raken, geeft ze aan dat sommigen er zelfs al vanaf hun jeugd in zitten: “Die hebben gewoon pech. Anderen komen bijvoorbeeld op straat na een scheiding. Of ze zijn hun baan of bedrijf kwijtgeraakt, met als gevolg dat ze de huur niet meer konden opbrengen en uit hun huis zijn gezet. Op den duur kunnen ze nergens meer terecht. Het gaat altijd om verlies. Mensen kiezen niet bewust voor zo’n leven.” Verder vertelt Bianca dat weer “aan de bak komen en omhoog krabbelen”, als je lang dakloos bent geweest, vreselijk moeilijk is. “Als mensen willen werken, is het probleem vaak dat ze geen inschrijfadres hebben. Dan mág je dus niet aan het werk. Zo had iemand vanuit inloophuis Oud-West drie keer bijna een baan. De laatste keer ging het niet door, omdat hij geen rekening kon openen. En deze man wil heel graag werken! Bovendien is hetzelfde werk oppakken heel lastig, omdat een werkgever dan zegt: ‘Nou meneer, u heeft vier jaar niets gedaan, waarom is dat?’ En dan hebben de meeste daklozen ook nog boetes en andere schulden staan of in het kader hiervan straffen uitgezeten. Dit helpt niet. Het is niet zomaar voor elkaar om eruit te stappen.”

 

Voor het oplossen van dit soort problemen, bieden we de bezoekers van onze inloophuizen maatschappelijke hulpverlening aan. Gelukkig ook vrij regelmatig met succes.

 

Niet per se dakloos én verslaafd. En niet zwak, maar wel gehavend.

De doelgroep van onze inloophuizen bestaat niet alleen uit dak- en thuislozen, maar ook uit mensen met psychische klachten en/of een verslaving die wel een huis hebben. De gemeenschappelijke deler van onze bezoekers is dat ze geen vangnet (meer) hebben. Ze zijn op zichzelf aangewezen en zouden zonder het contact in het inloophuis vaak eenzaam zijn. Bianca: “Niet iedere dakloze is verslaafd. Niet iedere gebruiker is dakloos. Ja, een groot deel van onze dakloze bezoekers gebruikt verdovende middelen, maar een belangrijkere vraag is: hoe dat komt. Deze mensen zijn niet verslaafd geboren. Ze hebben meestal een heel ander leven achter de rug dan jij en ik. Velen zijn op dit pad gekomen toen ze nog kind waren en hebben ontzettend veel voor hun kiezen gekregen. Je weet niet wat je zelf had gedaan als je in hun schoenen had gestaan, nu op straat zou leven en het warm wilt hebben.” Bianca ervaart de mensen in het inloophuis juist als heel sterk. “Als je ziet wat ze hebben meegemaakt. Gelukkig kunnen ze in onze inloophuizen terecht, waar ze als volwaardig mens worden gezien. Achter een dakloze zit namelijk een mens. Een mens dat vaak minder bedeeld is.”

 

Richard (63), meewerkend bezoeker van inloophuis De Kloof, is verslaafd geweest. Hij heeft de drugs vaarwel gezegd. “Als je zegt dat je bij De Kloof komt, krijg je een zootje vooroordelen over je heen. Mensen denken dat je een junk bent. Ze weten niet beter. Ik laat ze ... Maar leuk is anders; alleen al die blikken als je hier voor de deur staat te wachten. Zo negatief!”

 

Kapot van een opgejaagde nacht.

Veel daklozen slapen écht buiten. Uit eigen onderzoek, eind november 2019 gehouden onder 503 unieke bezoekers van onze inloophuizen, blijkt dat iets meer dan de helft buiten slaapt. Ten opzichte van vorig jaar is dit aantal buitenslapers met 22% gestegen; zorgwekkend. Bianca: “Lang niet iedereen kan bij de nachtopvang terecht; ook niet bij de grote winteropvang. Die groep moet buiten slapen. En dan heb je nog een groep die het heeft geaccepteerd. Deze mensen hebben hun vaste plekjes gevonden. Nachtopvang is tamelijk massaal en dit is voor sommigen juist heel zwaar." De winteropvang was altijd van december tot april, waardoor 1 april volgens Bianca altijd een heel pijnlijk moment was: "dat al die mensen weer buiten moesten slapen ..." Vanaf 1 april 2020 gaat de winteropvang door in een permanente 24-uursopvang met 104 bedden. Dit is goed nieuws dat hopelijk verschil gaat maken.

 

Waar slapen al die daklozen dan, als ze buiten slapen?

In bootjes, onder bruggetjes, zulke plekken …  Soms lukt het om een parkeergarage of het Centraal Station binnen te komen. Daar worden ze dan snel weer weggestuurd. Vandaar zoveel mogelijk uit het zicht. Bianca: “Als daklozen worden betrapt, kunnen ze boetes krijgen. Die kunnen ze niet betalen, waardoor ze soms zelfs moeten zitten. Daarom trekken daklozen van plek naar plek. Sommigen dolen de hele nacht rond en slapen helemaal niet. Zij leven ’s nachts en liggen overdag bij ons voor pampus.” Dit duidt het belang van de door onze inloophuizen geboden fundamentele zorg aan: gezond eten, warm douchen, schone kleding, een scheerbeurt en dus de veiligheid om even je ogen dicht te doen, met het hoofd op tafel.

 

Dakloos staat niet gelijk aan agressief en crimineel.

Bianca: “Het is koud en daardoor drukker binnen, dan raken mensen sneller geïrriteerd. Agressie is er, daar kun je niet omheen. Het is niet altijd koek en ei, maar het is wel incidenteel. Dan blijkt vaak dat er net iets is gebeurd, of iemand net slecht nieuws heeft gekregen.” Bianca is soms eerder verbaasd hoe lief de bezoekers voor elkaar zijn en hoe ze voor elkaar opkomen. Bovendien worden de regels over het algemeen goed gerespecteerd. “Af en toe zetten opstootjes en criminele ongeregeldheden die op straat zijn ontstaan zich binnen voort, dan worden ze eruit gezet, maar verder … Er is wederzijds vertrouwen. Mensen komen hier voor hun rust en weten dat we het beste met ze voor hebben. Alleen wordt het soms gewoon een beetje te veel. Er zijn al zoveel regels waar ze zich aan moeten houden op straat. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd. Soms zijn ze zo moe, dan is het even genoeg.”

 

En diefstal? Het gebeurt weleens dat persoonlijke eigendommen opeens weg zijn, maar zeker niet dagelijks. In een inloophuis moet je je telefoon niet onbeheerd op tafel laten liggen, maar waar wel?

 

Redelijk wat daklozen werken.

In al onze inloophuizen kunnen bezoekers terecht bij maatschappelijk medewerkers. Zij spreken jaarlijks 3.000 verschillende mensen. Daarmee zetten we in op oplossingen. Net als met onze afdeling Werk & Activering, van waaruit werk en persoonlijke begeleiding wordt geboden. Als met een duwtje in de rug een stap vooruit kan worden gezet, geven wij dat duwtje met veel liefde. Elk inloophuis heeft meewerkend bezoekers. Zij helpen de inloophuizen draaiende te houden door in de keuken te werken, schoon te maken, de was te doen etc. Bij inloophuis Oud-West zijn dit er zo’n tien tot vijftien. Daarnaast heb je bij dit inloophuis ook nog de fietsmakerij waar zo’n vijftien bezoekers werkzaam zijn. Dit betekent dat een kwart van de bezoekers in en rondom het inloophuis aan het werk is. En dan hebben we de veegploeg nog niet eens meegeteld. Hiermee houden onze inloophuizen de wijk schoon.

 

Willemijn, Locatiehoofd van inloophuis Zeeburg, merkt op: “Mensen ontlenen er een zekere status aan. Zeker de niet-rechthebbenden, die nergens anders terecht kunnen, vinden het fijn dat ze hier een vorm van dagbesteding hebben. En dan zijn er ook nog mooie voorbeelden van mensen die uitstromen. Zo kwam Mark jarenlang in een inloophuis. Nu werkt hij als ober in een sjiek restaurant.” Bep, oud-Coördinator van inloophuis De Kloof en nu werkzaam bij Steunpunt Zuidoost voor economische daklozen, denkt aan een man die berooid uit Curaçao terugkeerde. “Hij schaamde zich dood, had een slechte relatie met zijn familie en kon geen kant op. Die man leefde gewoon op straat. Hij kwam zich bij De Kloof douchen en ging in de horeca werken. Nu is hij bedrijfsleider in een hotel." Bianca geeft aan dat er in inloophuis Oud-West ook daklozen komen met een baan: "Over sterk gesproken … Dit zijn mensen die niet of amper slapen - buiten of in de nachtopvang - en dan weer naar hun werk gaan.”

 

En dan is er nog Amsterdam Underground (https://www.amsterdamunderground.org/). Een mooi voorbeeld van hoe er iets positiefs kan voortvloeien uit een zware tijd.

 

 

Tekst: Jola Gosen

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten