v-code conferentiezaal

Oost en West over Vrijwilligerswerk

Gijs Haanschoten bezocht namens de Regenboog Groep, V-code; een tweedaagse conferentie in Kaunas Litouwen. De conferentie wilde vrijwilligerswerk onder de aandacht brengen in, met name, Oost Europese landen. Medereiziger Jaap Kemkes merkt na afloop van de conferentie op: “Zoals wij elkaar de eerste dag wisten te vinden, zo leek de tweede dag gekenmerkt door verschillen die onverenigbaar leken”

 

We vinden elkaar

De V-code conferentie in Litouwen was de afsluiting van een project dat meer dan een jaar liep. De eerste dag was uitsluitend voor de deelnemers van V-code en enkele sprekers van de conferentie op de tweede dag. Goos Minderman van de VU deed de aftrap van de dag. Hij vertelde over de Nederlandse situatie waarin stichtingen en bijvoorbeeld woningbouw corporaties zich profileren als non-profit organisaties. Zij zijn de uitvoerders van de wensen van de overheid op het gebied van wonen en gezondheidszorg. Een Amerikaanse collega van Goos, Thomas Bryer, vroeg zich vooral af waarom wij een sector noemen bij de naam die beschrijft wat het niet is: non-profit. Hij vroeg zich ook af hoe de begrippen: vriend, vrijwilliger en professional zich tot elkaar verhouden.

Het laatste punt was een mooi bruggetje naar de Amsterdamse bijdrage. Wij boden twee workshops aan met de nadruk op doen, associëren en voorstellen. Onze kernvraag was: wat komt er kijken bij het inzetten van vrijwilligers binnen een formeel veld? De deelnemers aan de workshops kwamen uit allerlei hoeken van Europa, maar de verschillen verdwenen. Iedereen was het met elkaar eens dat een vriend iets anders is dan een vrijwilliger en een vrijwilliger iets anders is dan een professional. Ook de tweede workshop had een verzoenend effect. Iedereen onderschreef dat er meerdere dimensies zijn binnen het werken met vrijwilligers. Regels (het hoofd) zullen mensen afschrikken als we de passie (het hart) vergeten. We willen dat ook de angst bespreekbaar, zoals die onder professionals soms bestaat bij de inzet van onbetaalde krachten. Om tot effectief vrijwilligerswerk te komen, moet je oog hebben voor de verschillende dimensies, hoofd en hart.

 

Te veel hoofd?

De conferentie ruimte deed exotisch aan door het Oost-Europese interieur dat de imposante uitstraling had van vervlogen tijden. De muren hadden een mintgroene kleur, het gewelfde pleister plafond werd gesierd door een strak maar klassiek vormgegeven kroonluchter. Honderd bezoekers uit Litouwen en Letland bezochten het evenement.

De dag had een sterk top-down karakter. Het was duidelijk dat de Litouwse overheid vrijwilligerswerk stimuleert. Groot Brittannië werd neergezet als een goed voorbeeld, omdat daar veel mensen vrijwilligerswerk doen. Iemand van het Britse Cabinet Office vertelde, dat iedere geïnvesteerde penny het tienvoudige waard is. Een ambtenaar uit Plymouth was aanstekelijk door zijn enthousiaste boodschap. Hij zij, dat de overheid alleen kan helpen door een positief klimaat te stimuleren en goede initiatieven te omarmen.

Na de lunch verdeelden wij ons weer in werkgroepen. Ik zat in de werkgroep: ¨formeel informeel¨. De werkgroep moest lastige en suggestieve vragen beantwoorden, zoals: “How can informal volunteers be identified and recruited as formal volunteers?”. Dat riep vragen op: ¨zijn formal volunteers beter dan informal?¨,¨ Wat is uberhaubt het verschil?¨. We kwamen er niet uit. Opeens leken wij allemaal anders te denken: ¨Is een vriendendienst vrijwilligerswerk?¨, ¨Is iemand die door de universiteit getraind wordt een vrijwilliger?¨.

Ik neem wel een paar mooi gedachten mee van de conferentie. Een vrijwilliger is altijd een vreemde, anders ben je een buur of vriend of help je de eigen gemeenschap. De werkgroep vond gastvrijheid een belangrijk thema en dat onderschrijft ik. Het is mijn ervaring dat veel koppelingen stuklopen op onbegrip. De Regenboog heeft veel vrijwilligers die het interessant vinden om anderen te ontmoeten, die zij anders niet zouden tegenkomen. Ik denk dat een succesvolle match, een koppeling is waar gastvrijheid gemakkelijk ontstaat.

 

Top down of bottom up?

De dag voor de conferentie waren we vooral aan het doen. We gingen met elkaar in gesprek en maakten samen tekeningen. We gingen in op verschillende aspecten van vrijwilligerswerk en we vonden elkaar. De tweede dag werd gedomineerd door onderwerpen als: Wet- en regelgeving, effecten op het bruto nationaal product, overheidsdoelstellingen, baten voor de stad en voor werkzoekenden, enz. We zaten erg in ons hoofd en konden elkaar niet vinden. Voor mij is dat het bewijs de domeinen gevoel en hart onmisbaar zijn voor het werken met vrijwilligers. Of zoals iemand de slagzin van de conferentie afmaakte: “Voluntary work is love”.

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten