‘Peter heeft een grote mond, maar een piepklein hartje’

Peter (60) leefde twee jaar op straat. Hij liet zijn bestaan in Lelystad achter nadat zijn vriendin omkwam door een verkeersongeluk en hij zijn baan kwijtraakte. ‘Ik wilde niks meer.’ Regine (58) helpt al 25 jaar stadgenoten die geen thuis meer hebben. ‘Ik vind gewoon dat ik iets moet doen.’ Ze werken soms samen mee in de keuken van ​​​​​​​inloophuis Makom, bedoeld voor daklozen.

 

P: Ik zag Regine voor het eerst in de keuken. Je keek heel streng, een beetje boos zelfs.

R: Dat moest ook wel, anders ging het nooit lukken met dat toetje. Ik ben gewoon heel direct als ik iets moet uitleggen.

P: Het klikte gelijk. Iedereen zei: jullie lijken wel een stelletje. We zitten ook altijd te bekvechten.

R: We zijn wel aan elkaar gewaagd. Hij is mijn maatje hier. Maar als ik tegen hem zeg dat we van hem houden, roept hij gelijk: hou op!

P: Ik was elf toen ik wees werd. Houden van zit niet zo in me.

R: Peter weet precies hoe hij moet omgaan met de bezoekers hier. Hij noemt ze allemaal pannenkoek.

P: Je moet soms wel een geintje maken, anders krijg je niks voor elkaar.

R: Veel bezoekers kennen Peter nog van de straat.

P: Als ik ze tegenkom bij de tramhalte vragen ze wel eens of ik nog wat onderbroeken voor ze heb. Er zijn dan omstanders die vragen: sprak jij nou met een dakloze? Dan zeg ik: het zijn ook mensen hoor.

R: Ik wist vroeger denk ik ook niet goed wat ik moest zeggen als een dakloze naast me op een bankje was komen zitten. Dat is nu anders. Ik ken hun wereld beter, achter elke dakloze zit een verhaal.

R: Als mij hetzelfde was overkomen als Peter, dan had ik graag iemands armen om me heen gevoeld.

P: De nachten waren het ergst op straat. Overdag kan je nog wel ergens naar binnen. Maar ‘s nachts ... Toen het sneeuwde, stopte er een keer een auto vlak bij mijn bankje. Staat daar ineens een man met een enorme pizza. Met alles erop en eraan. Voor mij. Ik dacht: krijg nou de klere. Maar ik heb ook wel eens meegemaakt dat twee meisjes in de vrieskou een flesje water in je gezicht pleuren. Die heb je ook.

R: Nu Peter een huis heeft en een baan zie ik hem meer zijn draai vinden. Meer regelmaat. Minder zorgen. Hij heeft weer een plek.

P: Het leven op straat blijft wel in je zitten. Ik heb thuis een bed maar ik heb er eigenlijk nog nooit op gelegen. ’s Zomers slaap ik op het balkon.

 

R: Mensen die Peter voor het eerst zien, zijn een beetje bang voor hem. Maar na een weekje weten ze: een grote mond en een piepklein hartje.

P: Mij interesseert het niet als een dakloze vervelend tegen me doet, want ik weet dat hij morgen heel anders in zijn vel kan zitten. Maar ze moeten niet boos doen tegen Regine. Dat moeten ze niet proberen.

R: Hé pannenkoek, zegt hij dan.

 

______

Inloophuis Makom

Peter is een van de vele daklozen die een veilige plek vond in Makom. Vrijwilligers zoals Regine geven iedere inloop een eigen gezicht. Ondernemers uit de buurt doneren dagelijks brood, groente, fruit en andere zaken.

​​​​​​​Ook vrijwilligerswerk doen in een van onze inloophuizen? Kijk eens hier!

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten