Van stervensbegeleiding naar levensbegeleiding

VEERTIG JAAR BUDDYZORG

 

Wat in 1984 begon als mantelzorg voor aidspatiënten groeide uit tot een vorm van levensbegeleiding voor verschillende cliënten binnen de LHBT-community, inclusief vluchtelingen uit homofobe landen. Jos Holweg (66) van De Regenboog Groep heeft alle buddy-ontwikkelingen van dichtbij gevolgd en mede vormgegeven. Een terugblik.

 

Je hoeft geen superman te zijn om een buddy te worden staat er op de poster in Holwegs oude kantoor van De Regenboog Groep. De man op de poster draagt een leren gilet en heeft een stethoscoop om de nek, een Erwin Olaf-achtige foto in zwart-wit. Het is een poster van de Schorer Stichting, die in 1984 pionierde met een buddyzorgproject voor homomannen met aids. Aids was toen nog een ziekte waar je aan dood ging. Mantelzorg ontbrak, want veel mannen waren hun homofobe omgeving juist ontvlucht. Ze konden nergens op rekenen, behalve op de superman van de poster: een buddy van Schorer.

“In die tijd werd je als buddy op handen gedragen”, zegt Holweg, die in 1992 als maatschappelijk werker aan de slag ging bij Schorer. “Buddy’s waren de helden van de community. Je kreeg wel wat voor je kiezen namelijk, je moest iemand begeleiden die dood ging. Daar was in het begin ook best wel wat scepsis over. Kon je dat wel aan een vrijwilliger over laten?”

Dat kon heel goed, weet Holweg en komt ook met een verklaring. “Wat het buddyzorgproject zo’n succes maakte was het voor-en-door-principe. Cliënt en buddy kwamen allebei uit de LHBT-community. Normerende vragen als: dus, jij hebt onveilige seks gehad? hoefde je niet te verwachten. Dat gaf veiligheid. Je hoefde je nergens voor te schamen.”

In 1996 maakte de combinatietherapie een einde aan het stempel ‘dodelijke ziekte’. “Een magisch jaar”, aldus Holweg, die net als velen kampte met multiple loss. “We hadden allemaal vrienden uit onze omgeving aan aids zien sterven. Nu moest de knop om. Je bleef met hiv leven! Dat had nogal wat consequenties. Jonge mensen – twintigers, dertigers – hadden al hun geld opgemaakt, omdat ze dachten dat ze dood zouden gaan. Ze hadden hun huis verkocht en hadden bijna allemaal een gat in hun cv. Ga in 1996 maar vertellen dat dat gat komt omdat je hiv hebt. Zeker toen was hiv een groot taboe.”

Ook voor de buddyzorg was 1996 een kanteljaar. “Mensen meldden zich aan voor stervensbegeleiding. Dan hoorden we: ik wil alleen iemand begeleiden die dood gaat.[Met lichte ironie] Dat konden we niet garanderen. Maar juist ook in deze periode hadden we buddy’s nodig om te helpen bij het omzetten van de knop in je hoofd. Hoe pak je je leven weer op, hoe geef je je leven vorm? En hoe ga je om met het gat in je cv? In al dat soort zaken konden buddy’s heel veel betekenen.”

Vanuit Schorer en later vanuit de Regenboog heeft Holweg de buddyzorg verbreed naar andere doelgroepen. Het veranderde van mantelzorg voor aidspatiënten naar een vorm van levensbegeleiding en empowerment voor LHBT-ers met psychische problemen. Holweg: “Angststoornissen komen vaker voor bij homomannen, laat onderzoek zien. Lesbiennes zouden meer problemen hebben met alcohol. Er is veel sociaal isolement onder de doelgroep. Het was zonde om de ervaring van sociale begeleiding die de buddy’s hadden opgebouwd niet voor andere doelgroepen in te zetten.”

In 2012 gaat Schorer failliet. Buddyzorg vindt onderdak bij De Regenboog Groep en gaat verder als Rainbow Buddy Support. Opnieuw trekt Holweg de kar. En opnieuw heeft hij oog voor een doelgroep in de knel: LHBT-vluchtelingen uit Iran, Syrië en andere homofobe landen die in Nederland asiel aanvragen, maar weg noch steg weten in hun nieuwe land. “Onder hen bevinden zich veel jongeren en transgenders. Onze buddy’s nemen hen aan de hand mee en zorgen ervoor dat ze aansluiting vinden in de stad. We organiseren Meet & Eats om een nieuwe familie te vinden in Amsterdam.”

Het project bleef niet onopgemerkt. In 2016 ontving het de Tom Sebastiaan Gans Prijs. “Ik krijg er nog kippenvel van”, zegt Holweg. Het Tom Sebastiaan Gans Fonds is opgericht door de oom van Tom Sebastiaan Gans. Het jongetje werd 16 juni 1944 geboren op het onderduikadres van zijn Joodse ouders. Kort na zijn geboorte werd het hele gezin opgepakt, naar Westerbork gestuurd en vandaar verder getransporteerd naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Daar kwam hij, nog geen drie maanden oud, om het leven. “De prijs werd uitgereikt door familie van Tom Sebastiaan, twee Joodse dames van in de tachtig. Ze zeiden: wij lazen van uw project en dit is precies wat mijn oom bedoeld heeft: aandacht vragen voor mensen die vervolgd worden om wie ze zijn.”

Jos Holweg, Tom Sebastiaan Gans prijs

 

Na tien jaar Regenboog en twintig jaar Schorer gaat er toch echt een superman met pensioen. Vijf vragen op de valreep:

 

Wat blijft je het meeste bij van je werk bij de Regenboog?

“De gedrevenheid van mijn collega’s om zich in te zetten voor de ander. Daar houd ik van, de hands on-mentaliteit en het lef om niet altijd de regeltjes te volgen. We helpen statushouders, maar bijvoorbeeld ook ongedocumenteerden, van wie de IND zegt dat ze niet gay genoeg zijn. Mag officieel niet, maar we doen het lekker toch. De Regenboog is er voor alle mensen. In 2015 stonden we er voor de vluchtelingen uit Syrië en nu staan we er voor de Oekraiënse vluchtelingen. Dat vind ik echt te gek van de Regenboog.”

Wat gaan we missen nu jij met pensioen bent?

“Ik ben nogal luidruchtig, geloof ik, maar altijd met een lach. Het zal een stuk rustiger worden op de afdeling.”

Ga je nog vrijwilligerswerk doen?

“Misschien help ik een paar keer bij de Meet en Eats, beetje snijden, roeren en uitserveren. Daarna samen afwassen. Dat lijkt me wel gezellig. De verantwoording van het organiseren laat ik na mijn pensioen graag aan anderen over.”

Wil je nog iets kwijt over het chemsex-project?

“In samenwerking met Stichting Mainline bieden we ook buddy’s voor mannen die aan chemsex doen, seks onder invloed van crystal meth. Een klein project, maar qua innovatie wel tekenend voor de Regenboog.”

Zijn er nog nieuwe ontwikkelingen waar we als Regenboog alert op moeten zijn?

“Waar ik me serieus zorgen om maak is het toenemend geweld tegen LHBT-ers. Wat ik ook vreemd vind is het commentaar op jongeren die zich non-binair noemen. Nota bene mannen binnen  mijn eigen community hebben daar kritiek: ze vinden het onzin. Dan denk ik: hállo, hebben wij niet ook een emancipatieproces doorlopen. Geef iedereen de ruimte.”

Tekst: Nicolline van der Spek foto's: Merlijn Michon

 

 

 

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten