Henny en Gaby, maatjes via de regenboog,

Henny kookt voor vrijwilliger

Samen met Gaby – haar vrijwillige maatje van De Regenboog Groep  – blikt Henny (58) terug op het afgelopen jaar. “Ik ben eigenlijk helemaal niet een type dat om hulp vraagt, maar Gaby wist me te sturen zonder dwingerig te zijn.”

De roots van beide dames liggen in Limburg, maar anders dan bij Gaby is de zachte ‘g’ bij Henny totaal verdwenen. Je zou eerder denken dat ze is geboren in Amsterdam. Type hart op de tong.

Op haar twintigste kwam ze vanuit het zuiden naar de hoofdstad. Om af te kicken. “Dat vindt iedereen altijd heel grappig als ik dat vertel, maar geloof me: de scène in Amsterdam was in de jaren tachtig heilig vergeleken met die van Heerlen.”

Het begon met een stickie in het park. Henny was dertien. “Toen kwamen er ineens mensen bijzitten in het park die speed bij zich hadden. Ik was een snoeperd en vond het allemaal wel lekker.”

Ze bleef het lekker vinden, ook in Amsterdam. Maar in de jaren negentig veranderde de scène, hij verhardde. “Iedereen was aan het liegen en bedriegen. Ik ben toen samen met mijn man Bram gestopt met gebruiken. Hen, zei Bram op een dag, ik ga aan het werk. Nou, dat ben ik toen ook gaan doen. Ik heb zeventien jaar bij de Kringloop gewerkt.”

Al die tijd woonde Henny in het huis waar we nu zijn. Een keurig opgeruimde woning met spierwitte muren. Maar dat is wel eens anders geweest. “Ken jij het hier nog toen alles vergeeld was?” vraagt Henny aan Gaby.  “Vergeeld van de rook?”

Toen Gaby en Henny elkaar in het voorjaar van 2019 ontmoetten, zat Henny niet goed in haar vel. Dit had alles te maken met haar gezondheid en het overlijden van haar man, die in 2013 ziek werd (kanker) en in 2016 overleed aan de gevolgen van zijn ziekte. “Hij was mijn steun en toeverlaat”, zucht Henny. “We zouden naar Italië gaan samen, maar alle toekomstplannen vielen in duigen. Ook met mijn gezondheid ging het slechter en slechter. Astma, zei de huisarts, maar ik heb mijn hele leven gerookt. Ja hoor COPD. Ik had nog maar 27 % longinhoud.”

Gaby: "Ik hoopte dat ze zelf met oplossingen zou komen"

“Op een dag kwam er een vrouw naar me toe, een zekere Tineke, een vrouw hier uit de buurt. Ze sprak me aan op straat en zei: volgens mij gaat het niet zo goed met u. Een week later stond de wijkagent hier voor de deur. Ik schrok me rot. Was wel een aardige kerel trouwens. Hij stuurde me naar de GGD en die hebben De Regenboog Groep ingeschakeld. Kreeg ik een Barbara aan de lijn van de Regenboog. Ik zei: Barbara wíe? Ik was heel onaardig aan de telefoon en dacht: wat moet dat mens van me? Ik hoef helemaal geen hulp. Ik doe mijn hele leven altijd alles zelf. Achteraf heel lullig, want Barbara is een schat van een mens.” Wijzend naar de overkant van de tafel: “En nu heb ik háár!”

Gaby wilde graag als vrijwilliger aan de slag om andere mensen die het minder goed voor elkaar hebben dan zijzelf een paar stappen verder te helpen. Ze ging zich oriënteren op de vrijwilligersmarkt en kwam uit bij De Regenboog Groep, waar ze zich aanmeldde als maatje en coach. “Je maakt als vrijwilliger van de Regenboog eerst kennis met je maatje waarbij je elkaar aftast en kijkt hoe de vibe is, maar eigenlijk klikte het meteen met Henny. Ik kwam aanfietsen, zag haar staan zwaaien vanaf haar balkon en dacht meteen: wat een leuk mens!

“Ik wilde je gelijk niet meer kwijt,” lacht Henny.

Over haar aanpak zegt Gaby: “In het begin stelde ik heel veel vragen en liet ik Henny praten. Ik hoopte op die manier dat ze zelf met oplossingen en nieuwe gedachten zou komen.”

“Je deed het geweldig!”

Tot de interviewer:“Gaby nam haar taak als coach heel serieus. Ze wilde me zogezegd prikkelen. Haha, terwijl ik gewoon een maatje zocht.”

Henny: "Ik zat verlegen om iemand met een gezond verstand."

Weer serieus:“Maar het mooie is, het lukte haar nog ook. Ze wist me te sturen zonder dwingerig te zijn. Ik zat midden in een rouwproces, maar dankzij Gaby heb ik het gemis van mijn man kunnen accepteren. Ze stuurde een appje op zijn sterfdag. Of ze stuurde me een kaartje toen ik stopte met roken. Dat soort dingen was ik helemaal niet gewend. Zo attent. Zo aardig. Ik heb verder niet zoveel mensen om me heen. En die paar mensen die ik ken, nou ja, daar kan ik niet zoveel van verwachten, want die hebben zelf allemaal problemen. Ik zat gewoon heel erg verlegen om iemand met een beetje gezond verstand.”

“Wat ik ook zo mooi vind van Gaby is haar uitstraling. Ze heeft weinig woorden nodig. Ze luistert. En ze heeft nul keer afgebeld, echt iemand die je kunt vertrouwen. Elke twee weken stond ze op de stoep.”

Gaby: “En dan had Henny de tafel al gedekt. Ik kwam om half zes uit mijn werk en dan lagen er heerlijke gehaktballen op me te wachten of koekjes met spinazie en pijnboompitten.”

“Ik houd van koken”, geeft Henny toe. In haar boekenkast het bewijs: er staan alleen maar kookboeken, variërend van De Kruidenbijbel tot Het Grote Dessert Boek.

Na een korte stilte. “Gaby heeft me zelfs het huis uit gekregen, ik kwam weer onder de mensen. Dat durfde ik niet meer, vanwege mijn benauwdheid, maar we zijn naar de film geweest, weet je nog? En naar een musical.”

Henny pakt haar glas. “Even een slok water hoor… Je hebt me ook nog meegenomen naar een restaurant. Op mijn verjaardag. Je hebt me echt dat laatste zetje gegeven in mijn leven dat ik nodig had.”

Gaby grijpt in. Ze krijgt te veel lof en dat zou het beeld vertekenen. Alsof Henny zich willoos aan de hand van Gaby heeft laten leiden om te komen waar ze nu is. “Henny zelf weet deep down precies wat ze nodig heeft. Wat niet wil zeggen dat het makkelijk is om dingen voor elkaar te krijgen, maar het helpt wel om stappen te zetten. Ik zei wel eens tegen vrienden als het over Henny ging: ik mag boffen met een vrouw als Henny. Ze is slim, heeft doorzettingsvermogen en denkt na over de vragen die ik haar stel.”

Ander onderwerp, denkt Henny. “Ik vind het echt weer voor Sotosoep. Het is vandaag zo warm. Wat denk jij, Gaby? Sotosoep met verse taugé, pepertje erin, gekookt eitje. Bakje rijst ernaast met sojasaus. Doen?”

Gaby is gestopt met maatje zijn, maar niet met Henny. Tussen de twee is een vriendschap ontstaan. Het prikkelen is praten geworden. En gouden koppel.

Tekst: Nicolline van der Spek. Fotografie: Merlijn Michon.

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten