Ilse staat paraat in de nachtopvang!

Door de corona-uitbraak verandert de dagelijkse praktijk van De Regenboog Groep. Maar hoe gaat het nu? We vragen het Ilse (33), vrijwilligster in de tijdelijke nachtopvang voor daklozen in de gymzaal aan de Van Hogendorpstraat.

“Tijdens een dienst bij de tijdelijke noodopvang voor daklozen zijn best veel vrijwilligers aanwezig. Maar ik denk niet: 'ik ben niet nodig'. Het is gezellig en iedereen heeft een eigen taak. Ik schenk vaak koffie of frisdrank of deel handdoeken en zeep uit bij de douches. Het is geen superstressvolle taak: het is geen festival! (lacht) Dit werk helpt mij om me nuttig te voelen. Iets doén."

"In het begin zag ik de bezoekers als daklozen, nu leer ik mensen kennen."

Praatjes

"In de opvang is er een aantal mensen met wie ik leuk contact heb. In de eerste week was ik wat terughoudend. In de tweede week voelde ik me wat meer thuis en begon ik praatjes te maken. Ik vraag: ´Hoe gaat het?' 'Hoe was je dag?' 'Wat heb je vandaag gedaan?' Sommigen staan wel open voor een gesprek."

"Er is een Noord-Afrikaanse Fransman die Nederlands aan het leren is. Een medewerker heeft oefeningen voor hem geprint. Ik help hem met het leren van vocabulaire, en we oefenen samen de klanken. Hij is soms heel verbaasd over de uitspraak: 'Spreek je dat zó uit?'. Ik vergeet tijdens deze gesprekken even waar we zijn en de situatie waarin hij zit."

Gelijkwaardig

"In het begin zag ik de bezoekers alleen maar als daklozen, want dat is het enige wat je over iemand weet. Nu leer ik mensen kennen: de één is Nederlands aan het leren, de ánder praat over een bijbaantje. Ze maken van de 3 of 4 vierkante meters die ze krijgen een soort huisje: opgemaakt bed, slippers ernaast, ze zetten persoonlijke spullen op hun tafel, vegen elke avond de vloer ... Naarmate je mensen beter leert kennen, wordt het feit dat iemand dakloos is ondergeschikt. Het contact wordt veel gelijkwaardiger."

"Er zijn aardig wat mannen in de opvang die wel werk hebben, maar geen huis."

Bewust van privileges

"Ik ben me heel erg bewust van mijn eigen privileges. Ik heb dan misschien geen baan, maar wél een huis, en ik krijg een uitkering van de Nederlandse overheid. In de gesprekken die ik heb met de bezoekers vertel ik wel dat ik geen baan heb, maar ik 'downplay' het heel erg. Dan zeg ik: ´Maar ik mag niet klagen!´. Terwijl ik me er eigenlijk wel zorgen over maak."

Thuisloos en werkloos

"Er zijn aardig wat mannen in de opvang die wel werk hebben, in de bouw of als klusjesman, maar geen huis. Het is ook praktisch onmogelijk om met een laag salaris een woning te huren in Amsterdam. Zij zijn aangewezen op de opvang. De Fransman veegt afval op van de straat rondom een koffietentje. Hij krijgt zes euro voor twee uur vegen. Ik zei tegen hem: ´Maar dat is toch veel te weinig?!´. Hij zei: ´Maar iets is beter dan niets.´"

"Net voor de coronacrisis liep mijn tijdelijke contract af. In het begin van dit jaar zag ik nog overal vacatures. Nu verandert dat. De economie krimpt met 8%, er wordt massale werkloosheid verwacht. Ik heb veel ervaring als beleidsmedewerker, maar heb ook altijd in de horeca gewerkt. Ik kan goed met veel verschillende mensen omgaan en ik ben een harde werker. Ik wil juist wat meer weg van de beleidswereld en deze vrijwilligersbaan lijkt me een goede stap in de richting."

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten