‘Met heel weinig kun je heel veel betekenen’

Lidie Nonnekes (36) kwam in 2009 naar Amsterdam  waar ze hoopte op een wonder. Ze had torenhoge schulden en leed aan depressies. Het wonder stond elke week op de stoep. Een maatje van De Regenboog Groep. Het contact kantelde haar leven.

Lidie praat rustig en kiest haar woorden zorgvuldig. Ze wil graag ‘s avonds bellen, want dan liggen de kinderen van haar vriendin, met wie ze samenwoont, op bed. Ze deed eerder haar verhaal en vertelde dat ze door De Regenboog Groep het echte leven weer een beetje had leren kennen. Voorheen had ze alleen nog maar met hulpverleners gesproken. Een normaal gesprek voeren was ze totaal ontwend. Praten over koetjes en kalfje, Lidie klaarde er helemaal van op. Nu geeft ze les op de Vrijwilligersacademie. Ze leert hoe je contact maakt met iemand die totaal in de put zit. De mensen hangen aan haar lippen, want Lidie weet waar ze het over heeft.

Chaos

In 2009 kwam ze met 50.000 euro schuld en een verleden vol angsten naar Amsterdam in de hoop dat ze hier wellicht verder kon worden geholpen. “In Rotterdam konden ze niets meer voor me doen. Ik was opgenomen geweest, omdat ik mezelf beschadigde en leed aan depressies en nachtmerries. Ik kreeg er allerlei cursussen waar ik veel aan heb gehad, zoals leren omgaan met emoties. Toch voelde ik me nog niet sterk genoeg om te re-integreren. Ik was tijdens gesprekken snel afgeleid en had van mijn leven een chaos gemaakt. De post bewaarde ik in vuilniszakken! Eigenlijk ben ik via de schuldhulpverlening op het rechte pad gekomen. Daar hadden ze al snel door dat ik het in mijn eentje niet zou redden. Via De Regenboog Groep kreeg ik een maatje en leerde ik het echte leven weer een beetje kennen. Vanaf toen is het goed met me gegaan. Na drie jaar was ik schuldenvrij.”

Horten en stoten

Het herstel kwam met horten en stoten, want wonderen bestaan niet. ‘Kom binnen’, kon er nog net van af toen haar maatje de eerste keren bij haar op de stoep stond. Daarna wist ze niet zo goed wat ze moest zeggen en hulde ze zich in stilzwijgen. Het maatje bleef. Drong niet aan. Zat gewoon op de bank en zweeg ook. Soms ging het ineens ergens over, bijvoorbeeld over het weer, koetjes, kalfjes, maar nooit over het ziek zijn. Nooit ging het over de depressie die Lidie jaren achtervolgde en waarover menig dossier was volgeschreven. Lidie was die ‘moeilijke’ klant. Iemand met wat we noemen ‘zware problematiek’. Maar wat de hulpverleners niet lukte, lukte de vrijwilligers wel. Ze werd socialer, kreeg meer zelfvertrouwen en durfde initiatief te nemen. De Regenboog Groep vroeg Lidie om ambassadeur te worden. Doodeng, vond ze, praten voor een groep, maar ze deed het toch. Ze wilde wat terug doen. “Ik heb me lange tijd geschaamd voor het feit dat vrijwilligers, die geen geld krijgen, zich met hart en ziel voor mij hebben ingezet, terwijl de mensen die wél betaald krijgen niets voor me konden doen.” Om dezelfde reden geeft ze nu les op de Vrijwilligersacademie.

Vergis je niet

Wat heeft jou nou het meest geholpen? Die vraag krijgt Lidie bijna altijd gesteld als ze vrijwilligers traint. Het antwoord is simpel: het geduld dat haar maatje met haar had. “Ik zei vaak helemaal niets. Ik liep naar de keuken om thee te zetten en dat was het. Achteraf dacht ik: dat moet best lastig geweest zijn, want dan kun je gaan denken: waarom zit ik hier eigenlijk? Maar vergis je niet, met heel weinig kun je heel veel bereiken. Het was voor mij al heel wat dat er überhaupt iemand was. Ik had sociaal gezien best wel wat in te halen en dat kan heel goed met een maatje. Ik had de afgelopen jaren alleen nog maar met hulpverleners gesproken en altijd ging het over mijn ziek zijn. Het contact met een maatje is gelijkwaardiger. Ik voelde me weer gezien als mens. Hulpverleners willen altijd stappen zetten en doelen bepalen. Natuurlijk willen vrijwilligers dat ook, maar dat gaat tussen de regels door. Er lijkt niets te gebeuren, maar je zet als maatje van alles in beweging. Ook bij mensen zoals ik, die kampen met zware problematiek. Ik begrijp best dat vrijwilligers opzien tegen die zogenaamd ‘moeilijke’ klant, maar hoe ‘moeilijker’ iemand is, des te meer voldoening het geeft als je toch iets voor de ander kunt betekenen. Daar komt bij dat je zelfs bij mensen met zware problematiek gelijkenissen kunt zien met jezelf. Dat is het mooie. En leerzaam.”

Interview: Nicolline van der Spek / Foto: eigen archief Lidie Nonnekes

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten