Svenja staat paraat

Svenja staat paraat om angst te verdrijven met gezelligheid

Door de corona-uitbraak verandert de dagelijkse praktijk van De Regenboog Groep. Maar hoe gaat het nu? We vragen het deelneemster Urmie (60) en vrijwilligster Svenja (30). Sinds januari een koppel. We spraken hen afzonderlijk van elkaar.

Na een veel te lange roerige periode in een omgeving vol geweld en verslaving, leed Urmie eind jaren 90 aan een psychose. Naar eigen zeggen is ze toen in een put gevallen waar ze nooit meer is uitgekomen. In 2019 klopte ze aan bij De Regenboog Groep, omdat ze zich eenzaam voelde en op zoek was naar wat gezelligheid. Als we Svenja vragen waarom ze dit vrijwilligerswerk is gaan doen, krijgen we een bevlogen verhaal te horen.

 

“Diezelfde nacht nog heb ik me aangemeld bij De Regenboog Groep.”

Wereldpijn

Svenja: “Op een nacht liep ik na een feestje vanaf de pont naar huis en kwam ik op het Mosplein een vrouw tegen. Van in de 50, dakloos en wanhopig op zoek naar hulp. Ze had geld nodig. Ze was bijna jarig en had geen plek om te overnachten. Zo’n verdrietig verhaal. Na een kwartiertje babbelen, drukte ik haar 20 euro in de hand. Geen idee of dit een verschil maakte en welke kant dit verschil dan zou opgaan. Toen dacht ik: ‘nu is het klaar, ik wil iets betekenen.’ Liever met aandacht dan met geld. Diezelfde nacht nog heb ik me aangemeld bij De Regenboog Groep, om de wereld in mijn eigen omgeving een beetje mooier te maken en uit die machteloosheid te komen. In het Duits heb je het woord: ‘weltschmerz’, oftewel: ‘wereldpijn’. Deze kan heel verlammend zijn, maar ik geloof ook dat elk klein stukje een verschil kan maken.” De Regenboog Groep bracht Svenja in contact met Urmie.

 

“Ik ben een ander mens geworden na die ziekte.”

Alleen maar naar de supermarkt op de hoek

Urmie: “Voor mijn psychose was ik een krachtige, gezellige vrouw. Nu ben ik bang voor alles. Ik durf niet alleen naar het winkelcentrum. Niet met de tram, de bus of de metro. En ik durf niet meer in gezelschap te zijn. Dan voel ik me niet op mijn gemak en denk ik alleen maar: ‘Wat doe ik hier?’ ‘Wat moet ik zeggen?’ Ik ga enkel naar de supermarkt op de hoek. Dan pak ik zo snel mogelijk wat ik moet hebben en denk ik: ‘als er maar niemand tegen me praat.’ Ik ben een ander mens geworden na die ziekte.” Dit maakte de vraag om een maatje via De Regenboog tot een knappe stap. Wat hoopte Urmie te vinden? “Ik voelde me eenzaam en zocht iemand om me heen. Ik heb geen vriendinnen, wel de kinderen en kleinkinderen, maar die hebben hun eigen leven. Dan zit je maar alleen. Ik wilde een gesprek kunnen voeren met iemand anders dan de kinderen, zonder angst te voelen.”

Iemand om vrolijker van te worden

Urmie en Svenja spraken eens in de 1 à 2 weken af. Bij Urmie thuis. Om onder het genot van een hapje of drankje een beetje te babbelen en elkaar beter te leren kennen. Het klikte meteen. Svenja: “Urmie heeft zo’n fijn temperament. Maar al snel merkte ik dat ze zich veel verveelt. Als je moeite hebt met lezen en schrijven, is je wereld heel klein. Urmie luistert graag muziek, maar via YouTube lukte dit niet. Toen heb ik uitgelegd hoe het werkt en hebben we samen geoefend.” Dit heeft zijn vruchten afgeworpen, horen we in het gesprek met Urmie: “Nu heb ik mijn muziek! Ik kan van alles opzoeken. Dan heb je toch wat. Toch een beetje plezier. Anders zit je maar voor je uit te staren.” Verder zegt Urmie over Svenja: “We zitten altijd lekker te kletsen. Ik hou niet van de straat. Dus gezellig binnen, muziekje aan, kopje koffie erbij. Dan heb ik toch … iemand. Ik word er vrolijker van.”

Angsten en corona

In tijden van corona bellen Urmie en Svenja ongeveer even vaak als ze elkaar zagen. Svenja: “In het begin vond Urmie het best spannend met corona; of ze het zelf had of niet; maar kon ze haar temperatuur niet meten. Toen heb ik online een thermometer voor haar besteld. Als je al last hebt van angsten kunnen dat soort ideeën gaan groeien in je hoofd en veel groter worden dan nodig. Een thermometer kan dan geruststellen.” Urmie: “Ik ben heel blij met mijn thermometer. Die angsten zijn erg. Zo onzeker. Hoe kom ik van mijn angsten af? Als ik me op mijn gemak voel, kan ik erover praten, anders klap ik al snel dicht. Bij Svenja durf ik helemaal mezelf te zijn en alles te zeggen.” Deze vertrouwensband zorgde er zelfs voor dat de dames net voor corona hadden afgesproken om samen naar de bibliotheek te gaan, om te kijken naar boeken die kunnen helpen beter te leren lezen.

 

“Het is eenzaam nu. Heel erg. Ik voel me lusteloos.”

De eerste behoefte ligt bij gezelligheid in huis hebben

Svenja: “Ik denk dat we dat nu weer moeten opbouwen, om op het punt te komen van een gezamenlijk initiatief. Dat verandert toch door corona. Het voelt alsof er een grotere afstand is. We bellen wel en houden zo goed mogelijk contact. Maar het is fijner om even langs te gaan en tijd en aandacht te hebben voor haar. Daar kijk ik heel erg naar uit, om haar weer te zien. Ik heb ook het idee dat daar de eerste behoefte ligt. Om gezelligheid in huis te hebben.” Als we Urmie vragen hoe het nu gaat in tijden van corona, onderstreept ze dat van die gezelligheid. “Het is eenzaam nu. Heel erg. Ik voel me lusteloos. Ik verveel me. Ik zit voor me uit te staren en ben blij als het zeven uur is. Dan denk ik: ‘nou kan ik naar bed.’ En dan slaap ik tot de volgende ochtend. Als Svenja belt, dan kletsen we gewoon even. Heb ik toch mijn praatje gehad. Dan is het in ieder geval even gezellig.”

Weer afspreken en alles op afstand opstarten

Svenja: “Ik ben nu aan het kijken wat we verder kunnen oppakken; me aan het bedenken wat ze leuk zou vinden. Haar dagen zijn gewoon heel lang. Wat zijn dingen die ze overdag zou kunnen doen anders dan muziek luisteren, naar buiten staren en schoonmaken … En we gaan bellen en afspreken! Dan kunnen we alles op afstand weer een beetje opstarten en kijken of een keer bibliotheek erin zit. Want moeite met lezen raakt alle lagen van je leven. Het ov is lastig, maar ook boodschappen doen en alles met technologie.” Urmie: “Na corona gaat Svenja me helpen met mijn eerste smartphone. Ik vind het zo moeilijk om daarmee om te gaan. Zeker omdat ik niet goed kan lezen. Svenja kan het goed uitleggen.”

Kort na dit interview hebben Svenja en Urmie afgesproken en de bovenstaande foto gemaakt. Ze zijn netjes op 1,5 meter afstand gebleven en het was in ieder geval weer heel gezellig!

 

Tekst en interviews: Jola Gosen

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten