Amsterdam, Corona, eenzaamheid

WANNEER ALLES WEGVALT

Geen bezoek, geen dagbesteding, geen zicht op verandering. Wat doet corona met mensen die al een klein sociaal netwerk hadden? “De structuur is weggevallen. Daardoor ga ik malen.”

Normaal gesproken fietst Chiel vier dagen per week naar de Derde Schinkelstraat voor zijn werk bij Repro. De sociale drukkerij van De Regenboog Groep is een werkplek voor mensen voor wie een normale baan nog een stap te ver is, maar die wel graag willen werken. Nu zit hij door corona gedwongen thuis. Chiel is lange tijd depressief geweest. Door het vele alleen zijn komen de sombere gevoelens weer op.

“Ik mis de positieve energie van een opdracht. En ik mis de interactie met mijn collega’s. We maakten altijd grapjes onderling. Maar het belangrijkste is dat de structuur is weggevallen. Daardoor ga ik malen en loop ik vast in mijn gedachten. Het scheelt dat Berend belt, mijn werkbegeleider bij De Regenboog. Hij belt een paar keer per week om te vragen hoe het gaat, maar ook om te vertellen hoe het ervoor staat met de drukkerij. Misschien dat we weer open kunnen. Ik hoop het maar, want ik was door mijn werk bij Repro zelfs al stappen aan het zetten richting betaald werk.”

Plantjes

Ook bij José viel alles weg door corona. De thuishulp kwam niet meer en de fysiotherapeut belde af. Ze kreeg het advies om op haar balkon te gaan zitten en te genieten van haar plantjes. Lukte niet. José voelde zich alleen maar onrustiger worden. Anderhalf jaar geleden verloor ze totaal onverwacht haar man. Ze trof hem dood aan in bed; een aanblik die ze nooit vergeet en zelfs uitgroeide tot een trauma. Bij de ggz kwam ze op een wachtlijst terecht. Op 24 maart zou dan eindelijk haar behandeling beginnen. “Daar had ik hoge verwachtingen van, maar ja, toen kwam corona.”

Extra stress

Het gevreesde virus houdt heel Nederland in zijn greep, maar voor de 1 miljoen Nederlanders die al te maken hadden met psychische klachten, levert deze crisis  extra stress op. Mensen vallen terug in oude angsten en voelen zich eenzamer dan ooit. Een half miljoen Nederlanders met een ggz-achtergrond, geeft aan tijdens deze coronatijd meer last te hebben van angst, depressiviteit, paniek en slecht slapen. Dit blijkt uit onderzoek onder het ggz-panel van MIND, de landelijke organisatie voor cliënten in de geestelijke gezondheidszorg. Een derde van de respondenten weet niet hoe zij de komende periode moet doorkomen. Zij verwachten vaker dan gemiddeld dat ze de komende tijd geen zorg of hulp meer krijgen, voelen zich eenzamer en ervaren minder hulp van mensen uit hun netwerk.

Wordfeud

De sombere toon verandert wanneer José over Pauline begint, haar maatje van De Regenboog Groep. Een schot in de roos, aldus José. “We spelen vaak Wordfeud samen. Dan vraagt ze tijdens het spel: ‘Kan ik nog iets voor je meenemen zaterdag?’ Ze doet altijd de boodschappen voor me en heeft me ook geholpen met Facetime. Dat soort dingen deed mijn man vroeger altijd. Vorige week zijn we samen gaan wandelen door het Beatrixpark, veilig op anderhalve meter. We spraken over van alles en nog wat. Over Engeland bijvoorbeeld, waar we allebei zo van houden en over haar jonge kinderen. Ze brengt het geluk mee.”

Maaltijd van De Regenboog

Bij Jaap gaat drie keer per week de bel. “Ik kwam altijd bij de Voedselbank, maar er werd door corona zo gehamsterd, dat er niets meer over was voor mensen zoals ik. Toen werd ik gebeld door Mirjam van De Regenboog Groep. Ik kwam in aanmerking voor een maaltijd, zei ze. Drie keer per week stond er een vrijwilliger voor mijn deur. Ik vroeg altijd of ze even binnenkwamen. Gewoon voor de gezelligheid. In huis kun je toch ook afstand houden?”

Skypen met maatje

Aad is druk in de weer met zijn computer, wanneer we hem bellen. Hij klinkt opgetogen. Vanmorgen is hij ook al gebeld door De Regenboog Groep. “Ik krijg een belmaatje, dus wil ik Skype op mijn computer hebben. Aad kan weer lachen, maar eerlijk gezegd kwamen de muren de afgelopen weken op hem af. “Ik had net één dag een Museumjaarkaart toen de musea dicht gingen. Ook kwam ik nog wel eens in het buurthuis, maar dat moest ook dicht. Ik lag van ellende hele dagen op bed.”

Zonnestralen

Vrijwilliger Mieke belt twee keer per week met Jannie, de eerste keer op 26 maart. Hartje lockdown. “Het viel niet mee”, bekent ze, “om Jannie een beetje op te vrolijken. Ze had het alleen maar over corona. Jannie kampt met een angststoornis. Zelf heb ik daar ook ervaring mee, dus ik moest echt mijn best doen om niet in haar angst mee te gaan. Ik zei telkens: ‘Zullen we het even over iets anders hebben dan corona?’ Dat lukte amper. Telkens begon ze weer over corona. Pas toen ik zei dat ik zelf mijn haar had geknipt en dat het er niet uitzag, moest ze lachen. Als ik haar nu bel, merk dat het steeds iets beter gaat. Ik heb haar ook gezegd dat ze gewoon naar buiten kan. ‘O, mag dat dan?’, vroeg ze. Dat arme mens kwam al weken de deur niet meer uit. Een dag later zat ze heerlijk in het zonnetje in het Oosterpark.”

Belmaatjes

Ecenur Korkmaz is stagiair bij De Regenboog Groep. Van gewoon maatje werd ze belmaatje. “Het ging best redelijk met mijn deelnemer Saskia, maar door corona en de veranderende omstandigheden zit ze weer hoger in haar emoties. Ik heb haar voorgesteld samen naar de persconferenties van Rutte te kijken. Dan kunnen we het er na afloop over hebben.”

Juist nu contact

Direct na de allereerste coronamaatregelen van het RIVM nam Miranda Dijks, coördinator informele zorg bij De Regenboog Groep, het initiatief voor een belpool. “Juist nu hebben mensen behoefte aan contact. Zeker mensen met psychische problemen. De weinige mensen die ze zagen, zien ze niet meer. De hulpverlening is grotendeels stilgevallen. Ze kijken in hun eentje naar de televisie, zonder te kunnen relativeren en ventileren. Daardoor komt het coronanieuws harder aan. Dan is het mooi wanneer iemand even wat luchtigheid de huiskamer in praat.”

Flexpool

De aanmeldingen stroomden binnen. Dijks: “Mensen willen wat doen. Vroeger was iedereen druk, nu hebben we ineens tijd om een stadgenoot te bellen.”

De belpool is een flexpool. Behalve bellen of skypen, doen de vrijwilligers veel meer. Ze doen boodschappen, leggen raambezoeken af, geven online bijles, brengen maaltijden langs of gaan ‘samen’ wandelen, waarbij ze elkaar al bellend vertellen wat ze onderweg zien: ‘Waar loop jij nu? Oh mooi. Maar houd je wel afstand?’”  

Dijks: “Alle Nederlanders zitten door corona in hetzelfde schuitje. We zitten allemaal verplicht thuis en iedereen is op een bepaalde manier bang voor het virus. Die wederkerigheid pakt goed uit met het vrijwilligerswerk, merken we.”

Tekst: Nicolline van der Spek.

De namen van onze deelnemers zijn gefingeerd om privacyredenen. De echte namen zijn bij de redactie bekend.

 

Wij maken Amsterdam socialer, help je mee?

Aanmelden als vrijwilliger

 

Doneren, machtigen of iets nalaten