Voor mensen die op straat leven kan het Blauwe Boekje veel betekenen. Redacteur en ervaringsdeskundige Deborah Pieroelie: “Het is een soort lifeline naar weer een normaal leven.”
Al vele jaren geeft De Regenboog Groep het Blauwe Boekje uit, vol adressen van hulpverlening, doktersdiensten, buurtcentra en plekken waar daklozen terecht kunnen voor bijvoorbeeld een kop koffie of een toiletbezoek. “Eigenlijk laat het boekje zien dat je niet alleen bent.” Dat zegt vrijwilliger Deborah Pieroelie, die samen met Giuseppe Scarpa de adressen en telefoonnummers van hulporganisaties bijhoudt. Het boekje wordt jaarlijks bijgewerkt. "En dat is best wel een hele klus", zegt Deborah. “Organisaties verdwijnen of gaan in elkaar over. Dat moeten we elk jaar checken.”
Uit eigen ervaring
Deborah weet uit eigen ervaring hoe het voelt om dakloos te zijn. “Dertig jaar geleden was ik zelf dakloos met een baby,” vertelt ze, om er relativerend aan toe te voegen: “Dat was wel een dingetje.” Uiteindelijk kwam ze terecht in een blijf-van-mijn-lijfhuis. “Ik ben daar zo ontzettend goed geholpen. Ik kon er weer groeien en zelfverzekerd worden.” Die ervaring motiveert haar om als vrijwilliger aan het boekje te werken. Jaar in jaar uit. “Ik begrijp de radeloosheid van mensen die dakloos zijn. Met het Blauwe Boekje op zak voel je je minder alleen. Sinds een paar jaar maken we ook een Engelstalige versie (The Blue Booklet) en we verzorgen de inhoud van de (tweetalige) Streetlife-app."
Op de achtergrond
Zelf blijft Deborah liever op de achtergrond. “Heel weinig mensen weten dat ik hieraan meewerk,” zegt ze. “Maar dat vind ik juist goed. Alle eer gaat naar Giuseppe en De Regenboog Groep.”
Tekst: Nicolline van der Spek | Fotografie: Marianne Könst en Mila van Egmond