placeholder

Op bezoek bij winteropvang Slotermeerlaan

Geplaatst op 4 januari 2024

"Dit is zoveel meer dan een plek om te slapen en eten alleen"

Zestig bedden zijn er in de WinterOpvang (WO) aan de Slotermeerlaan, en daar komen er nog zo'n tachtig bij als het vriest en de WinterKoudeRegeling (WKR) ingaat. In de verschillende inloophuizen heeft De Regenboog Groep ook nog eens dertig slaapplekken en zeventig extra voor als het buiten bar wordt. Wie leven daar, waarom, en hoe gaat het eraan toe?

We zijn op Plein 40-45 in Amsterdam-West, tussen de feestdagen in. Op de markt en in de winkels hangt een wat gehaaste, verwachtingsvolle sfeer. Mensen doen hun laatste boodschappen, de visite is onderweg, de kinderen komen, men wordt verwacht bij familie straks ... De manden met groente en fruit staan nog op het trottoir voor de winkels. In de bakkerszaken zitten mensen aan de koffie en baklava. 'Gezellig' is het woord. Maar wie het plein kent, weet dat de sfeer verandert zodra de markt is opgeruimd. En wat verder de avond in, doven de uithangborden van de Turkse restaurants, de koffiezaken, het steakhouse, de avondwinkel en de Febo. En als daardoor de beregende straten zijn ontdaan van de glinsterende kleuren, is het hier een gewoon plein tussen galerijflats in een buitenwijk. Geslapen wordt er, in de donkere kolossen, ter voorbereiding op de werkdag. En deze aanstaande winternacht wil je niet op straat zijn, laat staan dat je er zou moeten slapen. En dat is een gedachte om nog eens door te slikken; stel je voor ... Stel je even echt voor dat je op zo'n plek, in de kou, na middernacht nog staat te schuilen, en nergens naar binnen kan.

Hoodies, trainingsbroeken en sportschoenen

En daarmee, op dit nog vrolijke uur, gaan we naar binnen bij de nabijgelegen winteropvang van De Regenboog Groep. Langs de security en de kamers met bedden, een ruimte in van gymlokaal-formaat. Er staan houten tafels, elk met vier stoelen, waarvan er steeds slechts één is bezet door een bezoeker. De mannen, overwegend tussen de vijfentwintig en zestig, dragen hoodies, trainingsbroeken en sportschoenen. Op een groot, hoog opgehangen tv-scherm aan de lengtezijde van de zaal is countryzangeres Ilse de Lange te zien, ook al gekleed alsof ze naar een familiediner gaat. Daaronder is een toonbank opgesteld waar straks het eten wordt opgediend. Nu zijn er al koffie, limonade, gevulde koeken, chips, popcorn en rollen Mentos. Achter de toonbank staat vrijwilligster Silvia, te praten met een boom van een volledig in het zwart geklede, wat geagiteerde man, die gezien zijn dialect uit Oost-Europa lijkt te komen. Silvia komt nog niet tot zijn borst. 

Het kan de beste overkomen

"Fascinerend werk hier hoor", zegt ze, als ze zich even later los heeft kunnen maken van de werkzaamheden. Silvia loopt hier al een paar jaar mee. Ze is antropoloog, werkt als beleidsadviseur bij de gemeente, heeft een dochter en een kleinkind. Mensen vragen haar weleens waarom ze dit er ook nog bij doet. Het haalt haar, zegt ze, "uit haar bubbel" en wat ze ervoor terugkrijgt is vaak, "overweldigend mooi". "Ik weet dat de meeste vrijwilligers hier dat ook zo ervaren", gaat ze verder. "Het is ook een heel diverse groep die hier door de jaren heen komt; van arbeidsmigranten tot vluchtelingen tot mensen die het gewoon even tegenzit. Tuurlijk zie je ook verslavingsproblematiek en psychische problemen. Met veel bezoekers is er wel wat meer aan de hand dan dat ze geen huis hebben natuurlijk. Maar het is ook weer niet zo dat het allemaal heel ver weg is van wat je je kan voorstellen. Ik bedoel, het kan de beste overkomen - dat heb ik wel gemerkt."

"Bedenk maar eens hoe het is als je ergens op straat staat, niet weet waar je zal slapen en de menigte aan je voorbij ziet gaan."

Winteropvang als springplank

In deze winteropvang komen alleen mannen en ze zijn gescreend door de GGD. Dat wil zeggen; ze kunnen gewoon meedraaien, moeten een zekere binding met Amsterdam hebben en krijgen begeleiding. Silvia: "Dat laatste is eigenlijk ook een van de heerlijke aspecten van dit werk. Dat ze hier kunnen eten en slapen geeft veel van deze mannen de mogelijkheid wat op adem te komen, een periode van rust. En juist daarmee ontstaat er ruimte om de bouwstenen voor een wat steviger bestaan te leggen. Denk aan het aanvragen van een BSN-nummer, het openen van een bankrekening, een dagboek bijhouden en naar je leven te kijken, minder drinken. Noem het een springplankje ...een opening."

Ondertussen is het drukker geworden in de zaal. De overige drie stoelen per tafel zijn nu ook bezet. Silvia moet weer helpen bij de toonbank. Andere vrijwilligers zijn bijgesprongen en als iedereen een eerste bord pasta met broccoli heeft, begint het gymlokaal op een gezellige fabriekskantine te lijken. Er wordt gelachen en gepraat. De grote Oost-Europeaan maakt ondertussen nogal nadrukkelijk de indruk zijn verhaal ook te willen vertellen, en "Ja, straks misschien even", niet echt als reële optie te accepteren. Tot Silvia terugkomt, hem vraagt er toch maar even van af te zien, en hij, "Okay, sorry, sorry", naar de tafel terugloopt waar zijn onaangebroken eten nog staat. "Natuurlijk is niet iedereen altijd even makkelijk", zegt ze. "Maar daar wen je aan. Over het algemeen zijn mensen heel blij hier te zijn en daarom alleen al zo aangepast mogelijk. En we zijn hier meestal met zes vrijwilligers, waaronder twee man security."

Geen nummer maar mens

Silvia vertelt over de ontmoetingen die haar hebben geraakt. En nee, het zijn natuurlijk niet allemaal kerstverhalen met een goede afloop, maar er zitten veel mooie momenten bij. Zo was er de man die toen hij aan de beurt was om eten te krijgen, zei: "kamer zes", waarop ze hem vroeg wat zijn naam was en zei dat hij hier geen nummer was maar een mens. Maanden later kwam ze hem tegen op de Dam en vroeg hem hoe het ging. "Veel beter", zei hij. En na enige aarzeling, "weet je nog dat je zei dat ik geen nummer was?" Veel meer woorden waren er niet nodig. Het was hen beiden wel duidelijk wat dat voor hem had betekend. Silvia: "Gezien worden, daar gaat het hier ook over. Bedenk maar eens hoe het is als je ergens op straat staat, niet weet waar je zal slapen en de menigte aan je voorbij ziet gaan. De bezoekers zijn hier ook een langere periode, dus we kunnen echt een band met ze opbouwen."

placeholder

Silvia en Kamal bij de winteropvang van De Regenboog Groep

Lastpak

En dan was er de jongen die te veel dronk, te vaak te veel mensen bij hem thuis liet komen, uit huis werd gezet en niet meer op zijn familie kon terugvallen. "Ik ben een lastpak", had hij al meteen gezegd die eerste avond dat hij op de Slotermeerlaan was. Silvia zag hem alleen aan een tafel zitten schuiven met wat metalen fiches en vroeg wat hij aan het doen was. De jongen vroeg haar daarop hoe het er met haar familie en vrienden voor stond. Zij gaf eerlijk antwoord. "Waarom niet? Het is bij niemand alleen maar koek en ei." En hij legde uit wat de fiches betekenden; elk fiche stond voor een familielid of vriend. Hoe dichter hij ze schoof naar het fiche dat hemzelf verbeeldde, hoe beter de band. Hij bleef met de fiches schuiven. Omdat het moeilijk was de waarde van elke relatie te bepalen, maar ook omdat de opstelling uiteindelijk niet de stand van zaken, maar zijn hoop voor de toekomst moest verbeelden. Silvia, kreeg, ontdekte ze later, een fiche dichtbij die van hem, en een zelfgemaakt poppetje op de dag dat hij vertrok.

Hoop

Natuurlijk roept het ene verhaal meer mededogen op dan het andere, maar voor iedereen die ik hier spreek geldt hetzelfde: het verschil tussen de winteropvang als oplossing en geen oplossing, is het verschil tussen een menswaardig bestaan en de rand van de afgrond. De realiteit van Kamal (45), onderschreven door filmpjes, foto's en WhatsApp-berichten op zijn mobiel, is ...het beste woord is: zwaar. Maar hij praat erover alsof het een onverwachte gebeurtenis betreft; iets wat hem nu even is overkomen maar wat ná-túúr-lijk geen blijvende rol zal spelen. "Pappa kom je? Pappa kom je vandaag dan?", staat er bij herhaling met hoofdletters in zijn berichten. Hij laat filmpjes van zijn jongens zien, alledrie onder de tien. Ze hangen om zijn nek. Maar ze wonen bij zijn ex in Almere en die relatie is niet goed. Hij staat elke dag om vijf uur op voor zijn werk in de catering op Schiphol. En zijn loonstrookje laat een wisselend weeksalaris onder de driehonderd euro zien. Een retourtje Almere inclusief buskaartjes kost hem tegen de twintig euro. En als hij daar is moet hij, gezien het weer, wel iets binnen doen; naar het zwembad of de bioscoop, keer vier kaartjes. Kans op een betaalbare woning - nul. Hij laat een foto van een gerechtelijk document zien; de rechter beslist in februari hoe het verder zal gaan met de bezoekregeling. "Ja ideaal is het niet", zegt hij, "maar anders had ik niets. En dit is een veilige plek. Ik slaap hier goed. Probeer te sparen voor mijn jongens. Dit gaat niet altijd zo blijven. Ik werk hard. Ik heb hoop."

Tekst: Gijs de Swarte  │ Fotografie: Merlijn Michon
placeholder

Kamal: "Dit gaat niet altijd zo blijven. Ik werk hard. Ik heb hoop."

Nieuws

Lees hier wat wij allemaal meemaken en wat ons in beweging brengt.