Anita Matthew (55) is geen vrager. Maar toen ze vorig jaar dakloos werd, moest ze wel. Soms kon ze bij vrienden terecht, soms niet. “Ik dacht: moet ik nou in mijn auto slapen? Dat vond ik heel eng, zeker als vrouw. Iedereen ziet je liggen.” Uit de in oktober 2025 gepubliceerde ETHOS-telling bleek dat ongeveer een derde van de daklozen vrouw is. Vaak behoren vrouwen tot de groep verborgen daklozen. Die zijn door hun verblijf bij bekenden (31%) of in ongeschikte ruimten (18%) niet zichtbaar op straat.
De dakloosheid kwam na een relatiebreuk. Met haar nieuwe partner had ze een huis gekocht in Haarlem, een klein huisje waar ze samen aan hadden geklust. Tijdens een motortrip keek Anita op zijn telefoon, ze speelden samen mee in de Staatsloterij en ze wilde kijken of ze iets hadden gewonnen. Tot haar schrik zag ze allemaal berichten van datingapps. Haar vriend had contact met meerdere vrouwen. Voor Anita was het klaar. Het huis ging in de verkoop. Een jaar lang zocht ze ondertussen naar nieuwe woonruimte, zonder succes. Wat het extra wrang maakte: ze raakte haar inschrijftijd voor sociale huur kwijt. De opgebouwde jaren gingen met haar ex mee, zij begon opnieuw vanaf nul. “Ik heb gebeld, ‘maar ja’, hoorde ik: ‘regels zijn regels’. De opgebouwde jaren gingen mee met de oudste.”
Garagebox
Anita werkt in de ouderenzorg en dat ging gewoon door. Voor de nacht probeerde ze een slaapadres te vinden. Bij haar broer en zijn gezin kon ze altijd terecht, maar bij haar vrienden, die ze zelf altijd met van alles had geholpen, bleef de deur nog weleens gesloten. “Omdat mijn broer een gezin heeft, dat ik niet altijd maar wilde lastigvallen, besloot ik in mijn garagebox te slapen. Alles beter dan in mijn auto. Dat vond ik heel eng, zeker als vrouw. Iedereen ziet je liggen. Overdag had ik allemaal dekens neergelegd in mijn garagebox, alleen toen ik ’s avonds naar binnen ging besefte ik pas dat het er hartstikke donker is. Er is geen stroom. Mijn telefoon was de enige lichtbron, maar die had ik de volgende dag nodig voor mijn werk.” Ze rolde zich op in dekens, haar jas nog aan, telefoon uit om batterij te sparen. Slapen lukte niet. “Ik lag alleen maar te rillen.” De volgende ochtend ging ze in dezelfde kleren naar haar werk. “Ik liep rond als een zombie, maar ik was blij dat ik kon werken.”
Schaamte
Die eerste periode bestond uit schuiven: een paar nachten bij haar broer op de bank, dan weer terug naar de garage, en weer ergens anders douchen of eten. Haar baan in de ouderenzorg draaide ondertussen door, diensten met mensen met dementie en parkinson. Niemand daar wist dat ze geen huis had. “Dakloos op je vijfenvijftigste”, zegt Anita, vechtend tegen de tranen. “De schaamte. Dat kan je je niet voorstellen.” Zelfs haar dochters vertelde ze het niet. “Ze wisten dat ik mijn huis had moeten verkopen, maar niet dat ik daarna dakloos was. Waarom zou ik dat vertellen? Ik wilde niet dat ze bezorgd zouden zijn.”
Bingo bij Onder de Pannen
Via de gebruikelijke wegen probeerde Anita een woning te vinden. Ze zocht overal naar informatie en hulp, schreef zich in bij woningcorporaties, hofjes, en keek via de gemeente én online naar mogelijkheden. Maar er kwam niets. Tot ze online op Onder de Pannen, ons project voor tijdelijk wonen, stuitte. “Ik schreef me in, niet geschoten is altijd mis, dacht ik.” Tot haar verbazing werd ze vrij snel gebeld. Het eerste gesprek vond plaats in een café bij het station van Haarlem. Niet lang daarna volgde een kennismaking met de verhuurder in Bentveld, waar ze uiteindelijk tijdelijk terecht zou komen, tussen Haarlem en Zandvoort. “Het klikte meteen”, vertelt ze. Hoeveel tijd ertussen zat, weet ze niet eens meer. “Alles ging in die periode zó snel, voor mijn gevoel stond ik er ineens.” Sleutel. Kamer. Een dak boven haar hoofd. “Het was gelijk bingo.” De kamer is klein, maar heeft alles wat je nodig hebt: een eigen wasmachine, een bed, een bank en zelfs een balkon dat uitkijkt op de oude bomen van Bentveld. “Moet je mij nou zien zitten”, zegt de Haarlemse op haar appelgroene bank. Waarna ze met gespeelde kakkineuze stem vervolgt: “In Bentveld, bijna Aerdenhout!”
Rust
Haar eerste nacht staat nog scherp op haar netvlies. “Een deur die dicht kan. Rust. Privacy. Een echt bed.” En toen kwam de emotionele klap, alsof het er eindelijk mocht zijn. “Ik zat hier en dacht: wat doe ik nog? Waarom maak ik er geen eind aan?” Meteen daarna: “Maar dat doe ik mijn kinderen niet aan.” Haar drie dochters zijn haar anker. Voor hen hield ze verborgen hoe slecht het ging. Ze wist: als ze het vertelde, zouden ze zich zorgen maken. Dat wilde ze niet. “Ze hebben hun eigen leven.” Nu heeft ze weer ritme en een nieuwe relatie. “We gaan straks samen winkelen.” Ze oogt sterk en opgewekt, maar wil niet te diep graven. “Als ik dat doe, zit ik hier te janken.” Over Onder de Pannen praat ze met hoorbare opluchting. “Zonder Onder de Pannen lag ik nog in mijn garagebox.” Ze benadrukt hoe belangrijk het is dat zoiets bestaat, voor mensen die werken, hun leven op orde hadden, maar door omstandigheden hun huis kwijtraken. “Stel je voor dat er nog iemand is zoals ik. Dan hoop je toch dat er ook iemand is die zegt: kom maar binnen.”
Onder de Pannen: tijdelijk onderdak, blijvende impact
Een scheiding of andere tegenslag kan ervoor zorgen dat iemand plots zonder woning zit, ook als diegene gewoon werkt. En baanverlies kan natuurlijk ook een reden zijn. Voor deze ‘economisch' dakloze mensen biedt Onder de Pannen van De Regenboog Groep een oplossing. Via dit project verhuren particulieren een kamer in hun huis aan iemand die tijdelijk woonruimte nodig heeft. De huurder krijgt rust en privacy; de kans om weer op adem te komen. De verhuurder ontvangt een vergoeding en draagt direct bij aan het voorkomen en verminderen van dakloosheid. Onder de Pannen is méér dan een kamer. Het is een tussenstap naar stabiliteit, zelfstandigheid en een nieuwe start. Met relatief kleine gebaren: een lege kamer, een open deur, maakt het project een groot verschil in iemands leven.
Tekst: Nicolline van der Spek | Fotografie: Mila van Egmond