Zelf dakloos, meehelpen in het inloophuis en vanuit hier …
Van portiek naar tent. En dan nu, na decennia op straat te hebben geleefd, een dak boven je hoofd. Iwan, Benyounes en Youssef kunnen het nauwelijks geloven. “Het is gewoon wennen”, zegt Iwan. In januari spraken we drie langdurig dakloze mannen, nét voordat ze in februari een kamer zouden krijgen. Alle drie hadden ze zelf al mooie stappen gezet. Onder andere door in onze inloophuizen als meewerkend bezoeker en huismeester andere daklozen te helpen.
Oorspronkelijk komt Iwan (58) uit Indonesië, waar hij ooit bij zijn religieuze familie vandaan vluchtte omdat hij niet zichzelf mocht zijn en van zijn vader het leger in moest. Via allerlei omzwervingen vertrok hij op zijn zesentwintigste naar Europa om te werken als zeeman. Later vond hij werk in de Amsterdamse horeca. Soms sliep hij bij collega’s op de bank en een periode mocht hij zelfs in de keuken slapen van een Indonesisch restaurant waar hij werkte. Toen dit restaurant in 2004 werd verkocht, stond hij op straat. Vanaf dat moment leefde Iwan jarenlang in tenten, vooral in de Amsterdamse parken. Hij leerde omgaan met kou, regen en een leven zonder zekerheid. “Je past je aan”, vertelt hij met een opvallende zachtheid, alsof het leven eerder mild voor hem is geweest dan hard. Hij probeerde altijd onzichtbaar te blijven: geen rommel achterlaten, niemand tot last zijn. Toch voelde hij zich niet altijd veilig. Eén keer werd zijn tent opengesneden. Iwan: “Dat was een moment dat ik dacht: nu moet het anders.”
Bezoeker en helpende kracht
Rond 2009 kreeg Iwan contact met De Regenboog Groep. In de inloophuizen kon hij douchen, soms slapen, en langzaam ontstond er weer een netwerk. Tegenwoordig is hij meewerkend bezoeker bij inloophuis Makom. En Iwan helpt niet alleen als de dagopvang open is, maar ook ’s avonds als het inloophuis transformeert tot nachtopvang en hij de huismeester is. Hij ontvangt mensen, staat achter de koffiebar, maakt een praatje en helpt met schoonmaken. “Ik probeer ervoor te zorgen dat mensen zich hier welkom voelen”, zegt hij. “Gewoon even contact, dat is belangrijk.”
Verantwoordelijkheid
Over nog maar een paar weken heeft Iwan een eigen kamer met keuken in het Hilmanhofje, een locatie speciaal bedoeld voor oudere ongedocumenteerde daklozen en economisch daklozen. Het nieuws moet nog landen. Ook bij de andere mannen. “Eerst zien”, zegt Benyounes (61), oftewel Ben, die zijn geloof in de mensheid na een leven op straat is kwijtgeraakt. Hij is al tientallen jaren onderweg zonder vaste woonplek. Soms slaapt Ben bij kennissen, dan weer op straat of in een opvang. Net als Iwan is hij meewerkend bezoeker bij de daginloop van Makom. Het huismeesterschap bij de nachtopvang vervult hij bij twee inloophuizen: Makom en De Kloof. Als Ben deze nachtdiensten heeft, blijft hij dus op de betreffende locatie slapen. Voor hem is het inloophuis een plek waar hij nodig is en verantwoordelijkheid draagt.
Nooit een stabiel thuis
Ben kwam als twaalfjarige jongen vanuit Marokko naar Nederland. Zijn vader werkte hier als gastarbeider. Wat volgde was een onrustige jeugd, met veel verhuizen, ruzies thuis en uiteindelijk het leven op eigen kracht. “Ik heb nooit echt een stabiel thuis gehad”, vertelt hij. Slapen deed hij overal en nergens. “Vroeger was dat makkelijker. Je had kraakpanden; plekken waar je kon blijven. Dat bestaat nu niet meer. Altijd ben je aan het zoeken naar een plek die veilig is. Zonder huis slaap je weinig, dat breekt je op als je ouder wordt.” Toch is Ben niet verbitterd. Hij is trots op zichzelf en vertelt hoe hij jaren geleden stopte met alcohol en drugs. “Ik ben al vijfentwintig jaar clean. Dat heb ik zelf gedaan. Ik dacht: hier kan ik niet blijven in deze put, ik moet omhoog klimmen.” Door een eigen woning kan hij veel beter voor zichzelf gaan zorgen. “Als je geen woning hebt, is alles moeilijk. Zeker nu je dus een dagje ouder wordt en je lichaam het minder goed kan hebben.”
Tent als huis
Daar kan Youssef met zijn tweeënzestig jaar over meepraten. Hij kwam begin jaren tachtig naar Amsterdam en belandde vrijwel direct op straat. Wat begon in portieken, werd al snel het park. “In het begin slaap je waar het kan. Daarna ga je nadenken: hoe kan ik dit beter doen?” In het Beatrixpark zette hij zijn eerste tent op. “Toen ik een tent had, voelde ik me niet meer dakloos. Ik had een dak. Privacy. De tent was mijn kamer.” Meer dan twintig jaar sliep hij buiten. Regen, kou, hitte, alles kwam voorbij. Toch weigert hij zichzelf zielig te noemen. “Nee alsjeblieft”, zegt hij stellig. “Het was niet zielig; het gaf mij energie. Ik heb daar geleerd om zelfstandig te zijn. Zonder familie, zonder hulp, zonder iemand.” Hij glimlacht even. “Door alleen te zijn, ga je terug naar jezelf. En daar heb ik mezelf gevonden.” Nu merkt hij dat zijn lichaam hem inhaalt. Een paar jaar geleden kreeg hij de diagnose suikerziekte. “Ze namen bloed af en toen zei de dokter: je suiker is hoog, je cholesterol ook.” Eerst begreep Youssef het niet goed. “Ik hoorde alleen ‘suiker’. Dus toen ben ik daar meteen mee gestopt. Geen suiker meer in de koffie. Bijna niks zoets meer.”
Meewerken houd je mens
Leven op straat met diabetes is ingewikkeld. Elke drie maanden laat Youssef zijn bloed controleren. Soms is het stabiel, soms niet. “Maar ja”, zegt hij zacht, “op straat is dat wel lastig.” Ondanks zijn ouder wordende lijf werkt Youssef nog altijd. Want ook hij is trouw meewerkend bezoeker en huismeester bij onze inloophuizen Makom en De Kloof. “Meewerken is goed”, zegt hij. “Dat houd je mens.” Nu gloort er iets nieuws: een eigen kamer in het Hilmanhofje. Als langdurig dakloze oudere zonder papieren is Youssef nou precies voor wie deze plek zo noodzakelijk is. “Een eigen keuken”, zegt hij met hoorbare verwondering. “Mijn hele leven heb ik dat nooit gehad.” Hij droomt hardop: “Ik ga een blender kopen. Dan kan ik sapjes maken voor mijn suiker.”
Geen denkrust als je dakloos bent
Youssef kijkt voorzichtig vooruit. Net als Iwan en Benyounes. De mannen van het inloophuis staan vlak voor de drempel van een nieuw leven. Spannend is het ook wel. “Een woning verandert je mindset”, zegt Iwan. “Ik ben niet gewend zoveel vooruit te denken. Misschien moet ik gewoon even wennen. Het zal beter zijn. Met een eigen woning kan ik me makkelijker focussen. Nadenken over wat ik wil in het leven, daar heb je geen rust voor als je dakloos bent.”
Het Hilmanhofje
Dit hofje aan de Nieuwe Looiersstraat is eigendom van de Protestantse Diaconie. De Regenboog Groep huurt deze locatie voor de huisvesting van zes langdurig dakloze ongedocumenteerde ouderen en negen economisch daklozen. In totaal is er dus plek voor vijftien mensen. Vanuit de Regenboog wordt het project geleid door Frederiek de Vlaming: “Oudere ongedocumenteerde daklozen uit met name Ghana en Noord-Afrikaanse landen naderen de pensioenleeftijd. Na een hard leven zijn veel mensen kwetsbaar geworden en hebben ze meer zorg nodig, het liefst met een dak boven hun hoofd na jaren op straat. Het Hilmanhofje zien we als eerste stap in onze zoektocht naar huisvesting voor deze groep. Ons doel is dat we een veel grotere locatie gaan inrichten in Amsterdam-Zuidoost, want de groep zal groeien. Op dit moment hebben we driehonderdvijftig oudere ongedocumenteerden in beeld. Maar het gaat in werkelijkheid om veel meer mensen die binnen afzienbare tijd hulp nodig hebben.”
Nachtopvang in Zelfbeheer
Op zeven locaties van De Regenboog Groep vindt Nachtopvang in Zelfbeheer voor economisch daklozen plaats, zo ook bij de in dit artikel genoemde inloophuizen Makom en De Kloof. Zoals de naam al zegt, verzorgen de overnachters, en vooral de huismeesters, zelf het beheer. Zij hebben de verantwoordelijkheid dat het allemaal gesmeerd verloopt.
Nu ook bij De Derde Schinkel
Net als verschillende inloophuizen, wordt onze locatie voor werkprojecten ‘De Derde Schinkel’ sinds een tijdje ’s nachts niet onbenut gelaten. Hier is de dakloze Stefan (51) de overnachtende huismeester. Hij controleert of het licht uit is, de deuren op slot zijn …of alles veilig is. Overdag heeft hij gewoon een baan. Net als de meeste slapers in de Nachtopvang in Zelfbeheer. Na hun nacht op de stretcher en het opbergen van hun persoonlijke spullen, gaan zij fris gedoucht naar hun werk. Een heel ander beeld dan veel mensen onterecht hebben van dakloosheid dus.
Bevlogen verkondigt huismeester Stefan zijn pleidooi herhaaldelijk. Er is te weinig plek in de stad. En ondertussen staan er ’s nachts overal kantoren leeg. Verlicht, beveiligd, ongebruikt. “Waarom zouden we die niet inzetten? Bij de Nachtopvang in Zelfbeheer hebben we al bewezen dat we deze verantwoordelijkheid aankunnen. Geef ons het vertrouwen en laat al die lege kantoren ’s nachts niet ongebruikt.”
Zoals er wordt geslapen in de Nachtopvang in Zelfbeheer. ’s Avonds worden de stretchers en tassen met persoonlijke spullen op de slaaplocatie tevoorschijn gehaald, om ’s ochtends weer te worden opgeborgen. Deze foto’s zijn gemaakt bij inloophuis Makom waar Iwan, Benyounes en Youssef huismeester zijn van de nachtopvang.
Tekst: Nicolline van der Spek en Jola Gosen | Foto's: Mila van Egmond (portretten) en Rick Web (Nachtopvang in Zelfbeheer)