placeholder

TWEE MENSEN DIE BUITEN SLAPEN

Geplaatst op 26 februari 2026

Amsterdam, eind februari. Begin middag. Inloophuis Oud-West. Binnen zit het vol mannen. Enkelen groeten nieuwe binnenkomers. Maar de meesten zitten liever even rustig. Met een pistoletje of wat warms te eten. En een dampende bak koffie of thee. Buiten is de kou zeker nog niet uit de lucht en de wind al helemaal niet. Uit de in oktober 2025 gepubliceerde ETHOS-telling bleek dat tussen de dertien- en veertienhonderd mensen buiten slapen in regio Amsterdam. Bijna negentig procent daarvan is man. Wie zijn zij? Ontmoet Michel en Gamil, twee ervaren buitenslapers.

Momenteel slaapt Michel (52) even binnen via de winteropvang die van 1 december tot 1 april in Amsterdam wordt geboden aan tweehonderdvijftig mensen die al langer in de regio verblijven. Daarvoor sliep hij maanden buiten. Daarna waarschijnlijk ook weer. Hij verontschuldigt zich dat hij wat later is, waarbij hij meteen met de deur in huis valt. “Sorry, ik móést douchen, heb net overgegeven. Ze hadden hier verschillende dingen te eten. Met kaas, paté …, en ook pizza. Dat gaat niet goed in mijn maag met mijn alcoholisme. Ik zoek al maanden hulp; ik wil in een gesloten kliniek. Mijn leven is zó verrot op dit moment. Ik ben moe van het leven.”

Internaat

Desgevraagd schetst hij een kort beeld van het leven dat achter hem ligt. “Op mijn zestiende ben ik weggelopen van een internaat.” Om de ernst van die situatie te duiden, vertelt Michel dat hij op latere leeftijd in inrichtingen altijd weer bekenden uit internaten aantrof. “En ook de mensen die ik op straat tegenkom: allemaal hebben ze in een internaat gezeten.” Hij vervolgt veel misbruik om zich heen te hebben gezien. “Maar heb het gelukkig niet zelf ervaren. Ik sla wel van me af.” Een moeilijke jeugd dus, waarna hij steeds weer van de rails liep. Rond 2001 ging het wat langer beter. “Ik had het goed voor elkaar met een baan in de catering bij De Wereld Draait Door, daar in Amsterdam-Oost, weet je wel, vlakbij Artis. Toen had ik een woning, alles.”

placeholder
Michel: "Ik dacht: twee, drie biertjes …maar dat kan ik niet”

---

In 2023 kwam Michel na een lange periode van spaak lopen in een verslavingskliniek vlakbij Rotterdam terecht. Achttien maanden later stond hij op 5 mei 2025 weer buiten. Clean en gezond. “In de kliniek kregen we vitaminen, kookten we ... En wat daar héél belangrijk was: de feedback van de medebewoners.” Daarna ging het een hele tijd goed, totdat Michel op een dag van Rotterdam naar Amsterdam afreisde. Vier dagen later zou zijn opvolgende hulptraject bij een zorgorganisatie in Amsterdam van start gaan. “Het was midden in de zomer. Ik wilde mijn fiets alvast van Rotterdam naar Amsterdam brengen. Die dag heb ik een terugval gehad. Ik dacht: twee, drie biertjes …maar dat kan ik niet.” Michel meldde zich een dag later dan de afspraak was en raakte zijn hulptraject in Amsterdam kwijt. Zichtbaar aangeslagen blijft hij: “Had ik toen maar …”, en: “Was ik maar niet …”, in allerlei variaties herhalen.

Ratten

Wel bleef hij in Amsterdam. “Maar zonder vervolgtraject kan je niet clean blijven. Meteen zat ik weer volledig aan de alcohol. Aan het bier, bedoel ik. Ik drink alleen bier.” In deze periode ging Michel buitenslapen. “Eerst een tijdje in de bosjes vlakbij een tunneltje in Oud-Zuid. In zo’n tentachtige slaapzak [red. Sheltersuit], lekker warm. Ik sliep zolang het droog was en als het ging regenen, trok ik aan een touwtje en had ik een dekzeil. Zo lag ik daar prima. Alleen was die plek ook naast een school, dus ben ik na een tijdje weggegaan. Niet omdat ik bang was voor het oordeel een biertje te drinken, maar voor het beeld van ‘die oude kerel in de bosjes naast een school’. Toen ben ik op een bankje op het Heinekenplein gaan slapen. Samen met een vriend. Die sliep een stukje verderop.” Maar wat even veilig leek, bleek ook riskant. “Op een nacht kon ik niet slapen en zag ik de ratten over de hoofden van de anderen heen lopen.”

Tent

Nu mag Michel tot 1 april in een kamer voor zes man aan de Transformatorweg slapen. Hij is dankbaar, want hij slaapt er goed, al kan het ook zwaar zijn. “Het komt bijvoorbeeld voor dat iemand in de kamer heel erg stinkt. Gisteren hebben we een persoon met zijn allen gedwongen te douchen. Zelf begreep hij er niets van.” Heel bewust gaat Michel de opvang zo laat mogelijk in om er zo min mogelijk contact met anderen te hebben. “Ik slaap liever met vrienden om me heen, dan weet ik als er problemen komen, dat ze me helpen.” Op de vraag waar hij na 1 april gaat slapen, filosofeert hij wat. “Op het Heinekenplein kan, maar daar moet je dus oppassen voor ratten. Óf, ik ga een tent regelen. Die moet ik dan overdag ergens opslaan en ’s avonds zet ik ‘m op in het Amsterdamse Bos. Met een fiets lukt dat wel. Want je kunt je tent niet laten staan. Dan wordt ‘ie door de gemeente weggehaald. Je zal maar héél moe zijn ‘s avonds en je tent is weg, dat is dan is het enige wat je hebt …” Michel benadrukt dat opruimen als buitenslaper sowieso belangrijk is. Zo vertelt hij dat hij een tijdje in een portiek sliep en daar elke ochtend thee en koekjes kreeg. En dat hij een keer als slaper op een boot is betrapt, maar die man hem liet liggen. “Als je het maar netjes houdt.”

Opname

Maar Michel wil het liefst worden opgenomen. “Al mijn echte vrienden ken ik uit de kliniek. Die leer je kennen als je nuchter bent. Ik weet dat ik op dit moment een zware alcoholjunk ben; ik kan er niet mee stoppen. Als ik nu in één keer zou stoppen, kom ik in een delirium. Dan zijn de afkickverschijnselen te heftig. Ik heb het nog nooit zo erg gehad als nu.” Oud-West is het enige inloophuis dat Michel bezoekt. “Dat voelt vertrouwd. Ik voel me hier op mijn gemak. Veilig. En ze helpen me met hulp zoeken. Soms dwingen ze me zelfs naar het ziekenhuis.” Met een maatschappelijk werker in het inloophuis is Michel bezig om te worden opgenomen.

placeholder
Gamil: "Asiel aanvragen lukte niet, omdat ik het niet onder mijn eigen gegevens durfde te doen"

---

Van de vijfentwintig jaar dat Gamil (49) in Nederland is, slaapt hij er al zeventien buiten. Ooit vluchtte hij uit Jemen en tot op de dag van vandaag draagt hij het stempel ‘ongedocumenteerd’. In Jemen was hij zakenman, zegt hij. “Via Frankrijk en Duitsland ben ik in Nederland terechtgekomen. Destijds heb ik geprobeerd asiel aan te vragen, maar dat lukte niet, omdat ik het niet onder mijn eigen gegevens durfde te doen. Ik wilde niet dat mijn land van herkomst erachter zou komen … Daarna wilde ik toch terug, maar dat lukte ook niet meer. Ik kreeg het niet voor elkaar een ticket te krijgen. Toen zei mijn moeder aan de telefoon vanuit Jemen: ‘blijf alsjeblieft daar, dat is beter’, en ben ik gebleven.”

Vondelpark

Gamil slaapt altijd in het Vondelpark. “Bij het witte gebouw in de tuin. Daar heb ik plastic liggen, en een matras, een deken, een kussen, alles …” Nooit slaapt hij in de opvang, omdat het daar te druk voor hem is. “In het park ben ik tenminste alleen. Als er mensen in de buurt zijn, kan ik niet slapen.” Op de vraag of hij het weleens koud heeft, antwoordt Gamil opzettelijk luchthartig: “Af en toe, maar dat is goed voor mij. Ik heb een allergie en daar heb ik vooral last van als het warm is. Ik krijg bultjes van de zon. Afgelopen zomer was mijn been er helemaal blauw van.”

Hartfalen

In inloophuis Oud-West komt hij wel heel graag. “Het is er goed en ze helpen me altijd.” Net als Michel vindt Gamil de vastigheid van één inloophuis fijn. “Ik ga nergens anders heen, want dan zijn er ook weer andere mensen.” Verder spendeert hij zijn tijd buiten en loopt hij veel. Waarop hij zijn pacemaker laat zien. “Kijk. Ik heb een hartaanval gehad in inloophuis Oud-West en de tweede in het ziekenhuis. Twee keer hartfalen.” Hierdoor krijgt hij binnenkort misschien wel zijn Nederlandse papieren, geeft Gamil hoopvol aan.

 

Tekst: Jola Gosen | Fotografie: Ewa Wielgat

Nieuws

Lees hier wat wij allemaal meemaken en wat ons in beweging brengt.